In Doesburg reed binnen één jaar tijd tweemaal een andere auto de woonkamer van hetzelfde huis aan gort. De eigenaar was aan het verbouwen en sprak daar vrij laconiek over. Een gigantische puinhoop was de ‘opbrengst’. Jammer dus.
In beeld kwam één of andere gemeentepief vertellen dat men in de gemeenteraad eerder overwogen had om ter plaatse een snelheidsgebod van 30 km/h in te voeren. Nou nou, dat zal wel helpen, NIET. Toen die pief zijn uitspraak deed, barstte ik in een ongeremde lachbui uit, waar geen einde aan leek te komen.
Nu lijkt zo'n soort ongeval routine te worden. Ik lees dat in april van dit jaar een auto een huis in Breda via een buitenmuur binnenreed. Gisteren drong in IJsselmuiden een auto de slaapkamer van een huis binnen en liet een gapend gat achter met ruim uitzicht op de omgeving. Op het internet zie ik verontrustend veel foto's van ongelukken waarbij huis- noch auto’s zijn ontzien.
En dat in een tijd waar illegale straatraces meer en meer gewoon dreigen te worden. Straatraces werden/worden gemeld in Den Haag, Rotterdam, Hengelo, Almelo, Enschede, Zoetermeer en Gouda. Er zal wel een fors aantal locaties ontbreken in deze opsomming. In veel gevallen durven mensen de straat niet meer op als de avond valt. Een aantal ongevallen met soms dodelijke afloop lijkt daartoe de aanleiding.
Ik herinner mij dat jaren geleden een jonge ambitieuze vriend mij nodigde om een proefritje met hem te maken in een auto van vermaarde Italiaanse makelij, een auto met een ziekmakende overdaad aan paardenkrachten, een auto die in mijn jonge jaren werd bestempeld als een ‘pooierbak’.
Niets of slechts weinig vermoedend van wat mij te wachten stond, klom ik als een slangenmens in de nauwelijks toegankelijke cabine. Ik zat nog maar net, of mijn rijke natuur werd met geweld in de lederen bekleding geperst en kregen de g-krachten de overhand op mij en raakte mijn zicht vertroebeld. Na de eerste bocht hield ik mij nog macho groot maar in mij schreeuwde een angstige ziel om verlossing van deze kwelling, die mij, na een korte race op de rondweg in de Haagse Beemden, begon voor te komen als een beleving, die in de literatuur wordt aangeduid met de griezelige term bijna-dood-ervaring oftewel BDE. Iedere spier in mijn lichaam, alsmede ook die waarvan ik niet wist deze te hebben, was tot scheurens toe gespannen. Na enige minuten, die mij voorkwamen als levenslang, stopte genoemde jonge vriend de auto weer voor zijn huis. Even zag ik in een flits mijn leven voorbij schieten. Ik stapte duizelig uit en constateerde dat mijn deodorant de strijd verloren had en badend in mijn vocht strompelde ik naar mijn eigen vertrouwde brandstofverslaafde driepitter en was dankbaar nog in leven te zijn.
En nu de brandstofprijzen nog verder uit de klauwen lopen, wijst helaas niets op een vernieuwd denken bij de generatie wegpiraten. De vraag is bij welk prijsniveau hun gedragspatroon wel zal worden doorbroken, maar ik koester dienaangaande weinig hoop.
Groet, Pennetje