Déconfiture
Na de scansessie blijkt dat mijn felbegeerde knabbeltjes voor €3,29 op de kassabon terechtkomen, dus ik trek aan de bel!
Ik: “€ 3,29? Op het schap staat 43 cent, ik heb er mijn bril nog speciaal voor opgezet, het staat er echt.”
Zij: “Dat is de prijs per stuk, meneer.”
Ik: “Zes keer 43 cent is € 2,58, niet € 3,29. U praat onzin. U wil toch niet zeggen dat u dingen die in een gesloten verpakking zitten als losse onderdelen verkoopt? Ik denk dat u raar opkijkt als ik hier zomaar dozen ga opentrekken om er losse stuks uit te halen. Dit klopt niet.”
Ze had er ondertussen een lagere beambte op uit gestuurd om mijn melding te checken, omdat klanten nu eenmaal per definitie gewantrouwd dienen te worden binnen haar concern. De jongen kwam terug met een ontwapenende mededeling: “43 cent.”
“Ja, dat zei ik”, zei ik.
Zij: “Meneer, chocolade is op dit moment topduur, dat weet u. Ik geef u dit product niet voor deze prijs mee.”
Ik werd een beetje vinnig en antwoordde: “Chocolade is inderdaad duur geworden, vooral in uw winkel, maar dit product bevat helemaal geen chocolade! U kletst uit uw nek.”
Ze was niet te vermurwen en besloot met een doordringende blik te zeggen: “Toch geef ik u het niet mee voor deze prijs.”
Ik: “Ik weet genoeg! Een fijne avond verder.”
Het gesprek was afgelopen; de klant met ongepast dedain geschoffeerd.
Zij heeft er niets mee gewonnen, op deze column na dan.