HBNMP redactrice Monica Rijpma was op tv te zien in het RTL-4-programma DNA singers. In dit programma zingen getalenteerde muzikale familieleden een duet met een BN’er. De een is beroemd, de ander niet. Monica was in het programma te gast met haar bekende nicht, zangeres Do. Ik mocht bij de twee zangeressen op de thee om te horen of er nog meer familietrekjes zijn dan zingen alleen. Of juist niet. Meteen blijkt de hartelijke verwantschap tussen de twee. Het is gezellig en we kletsen honderduit.
GD: Monica, wat heb jij met Franse chansons?
Monica: Mijn ouders zijn toen ik net een tiener was gescheiden. Dat is de reden dat ik als zestienjarige weggelopen ben van huis. Ik ben naar Parijs gegaan om daar als au pair te gaan werken. Ik zei daar dat ik al achttien jaar was. In Frankrijk leerde ik de Franse chansons zingen. Prachtig. Ik kwam terug, maakte het VWO af en vertrok naar London om daar musical te leren. De musicalliedjes werden later weer de basis van het jazzrepertoire. Daarna ging ik naar Amsterdam om jazz te studeren.
GD: Hoe zijn jullie naar elkaar gegroeid?
Monica: Ongeveer tien jaar later woonde ik in Eindhoven. Dominique (Do) was 6 jaar oud toen ik daar kwam wonen. Haar moeder woonde niet ver van mij vandaan. Ik was de oppasmoeder van Femke, mijn buurmeisje, die even oud was als Do. In die tijd timmerde ik als twintiger flink aan de weg als professioneel zangeres. Ik zong regelmatig thuis de muziek van Barbara Streisand, Donna Summer en uiteraard chansons. De twee meisjes waren soms samen bij mij en terwijl ik oefende deden ze mee of dan verkleedden de meiden zich als Madonna. Ik startte ook een zangclubje voor kinderen uit de buurt. Er was altijd muziek en dat was heel gezellig.
Do: Voor mij is muziek gewoon gevoel. Het moet een emotie oproepen, zoals bij de jonge Aretha Franklin. Als zij zingt kan het door merg en been gaan. Franse chansons kunnen dat ook hebben. Streisand en ook chansons hebben wij gemeen.
GD: Hoe was het voor jou als jong meisje een zingende tante te hebben?
Do: De zangcarrière van mijn tante heb ik als klein meisje van dichtbij kunnen volgen en meemaken. Ik was heel trots op haar. Zoals in 1987 toen ze het Vara Songfestival won. Ik mocht als jong meisje soms mee met mijn moeder als Moon een optreden had. Ik speelde tennis en droomde ervan om prof te worden. Zingen was toen een hobby. Deze ervaringen zijn heel belangrijk voor me geweest. Nu zijn de rollen omgedraaid. Nu zing ik professioneel en is de muziek bij Moontje een hobby. Maar het is wel een hobby met een professionele basis.
GD: Hoe veranderde jouw leven na het winnen van het Vara Songfestival?
Monica: Voor mij was het een logische volgende stap in mijn zangcarrière waardoor ik meer kon doen waar mijn passie lag. Mijn beste vriendin zei dat ik in die tijd altijd maar bezig was om mijn doorbraak te forceren. Ik deed inderdaad heel erg mijn best. Bijvoorbeeld ik maakte mijn eerste plaat ‘Classifieds’ in 1985 door sponsors te vinden die een advertentie kochten op de hoes van de plaat. De VARA wilde met het songfestival een tegenhanger zijn van het befaamde Knokke festival. Het ging erom via het zangconcours een artiest te vinden die was voorbestemd voor een echte zangcarrière. Het duurde niet lang of er volgde een tv optreden in het programma ‘Lennaert Nijgh’ van Karin Bloemen. Karin presenteerde de show en zong en er waren veel gastoptredens zoals van Boudewijn de Groot.
Ik kreeg ook een aanbod van Stardust, de productiemaatschappij van Henk van der Meijden. Hij organiseerde de jubileum tour ‘50 jaar Beck Magic’ van Pia Beck langs de grote schouwburgzalen in Nederland, België en zelfs een paar in Duitsland. Samen met twee andere winnaars van muziekconcours waren wij deel van het programma om de nieuwe lichting jazzmuzikanten een kans te geven. Pia was een goedlachse flamboyante diva. Ze was super professioneel en een leuk mens. Ze had haar eigen kleedkamer en wij de onze. Pia was de Queen en wij waren de jonge honden. In de pauze zaten we dan wel eventjes samen. Pia was bijzonder. Je bent wie je bent en dat is een belangrijk aspect van wie je aantrekt. Zoals je publiek. We moeten niet allemaal grijze muizen zijn. En dat is vooral belangrijk in de muziek business.
GD: En welke muzikale hoogtepunten volgden er na deze tour?
Monica: Niet zoveel. Het was vervelend dat ik geen manager had en alles zelf moest regelen. Na een show ergens ver weg reed ik alleen in mijn autootje naar huis. Dat was eenzaam. Ik had geen management en geen PR. Ik ontmoette wel veel mensen. John de Mol Sr. beloofde mij dat hij zou helpen met advies voor een theatershow, maar er kwam geen vervolg. En toen dacht ik, ik wil de kost verdienen. Het VARA festival bleek niet belangrijk genoeg te zijn voor een langdurige zangcarrière. Daarom was die tour met Pia al een cadeau. Zingen werd vanaf toen een hobby. De muziek business is heel breed. Zeker nu. Er zijn veel mensen die willen doorbreken. Als ik nu nog iets zou willen doen ben ik weer opnieuw een nieuwkomer.
GD: Ben je toen gestopt met zingen?
Monica: Neen. Ik ben wel blijven zingen maar niet als professioneel zangeres. Het zingen zit in mij, ik ben zo. Ik heb veel affiniteit met jazz muziek vanwege de improvisatie. Jammen. Je kunt dan ineens op het podium staan met mensen waar je nooit mee gerepeteerd hebt. Toen ik in Nieuw-Zeeland woonde kwam ik zo terecht op het podium met Sarah Bradley. Mijn man had haar mijn CD met Franse liedjes laten horen en ze nodigde me uit. Gewoon om te jammen. Sarah is in Nieuw-Zeeland een bekende televisiepresentatrice maar zij had ook in New York musical gestudeerd. Door de kennismaking ontdekten we onze wederzijdse belangstelling voor Franse chansons. Het klikte tijdens de jam. Sarah had op dat moment een maand vrij van haar vaste tv-programma vanwege de zomerstop. Ze vroeg of we konden samenwerken. Ik had al een soloprogramma klaar liggen dat ik heb aangepast. Het ging moeiteloos en voor we het wisten hadden we een serie ‘huiskamerconcerten’. De eerste show heette Wine, Woman and Song. Er volgden er meer.
GD: Monica verhuisde naar Nieuw-Zeeland en ging daar samenwonen. Mistte jij je tante toen niet?
Do: Jazeker wel. Natuurlijk kun je bellen maar door het tijdsverschil met Nieuw-Zeeland was dit nogal lastig. We schreven kaartjes of een brief. We zagen elkaar soms jaren niet maar als Moon in Nederland was, zagen we elkaar en zaten we te kletsen alsof er geen tijd tussenin lag.
Monica: Ik was nog een keertje in Amsterdam op jouw flatje, voor je getrouwd was.
Do: Klopt ja… Maar toen ik bekend werd kreeg ik een hectisch leven en ik was veel op reis. En ik heb nu een gezin. Dan is er weinig tijd voor social talk. Maar ik doe mijn best om regelmatig contact te hebben met Moontje en met mijn familie. We zijn allemaal heel close. Wat we nu hebben is wat ik had toen ik net met de muziek begon. Toen was mijn moeder er steeds.
Monica: Ik ben gewend om met mensen contact te houden en ze hoeven niet in dezelfde stad te wonen. Ik heb nu weer heerlijk dat familienest om mij heen.
GD: Jullie zijn allebei verhuizers. Is dat een familietrekje?
Do: We zijn inderdaad vaak verhuisd. Wij zijn nooit echt lang in een plaats gebleven. Ik heb daarom ook geen grote kring om mij heen van mensen die ik nog van vroeger ken. Maar verhuizen is voor mij geen hobby.
Monica: Wij zijn allebei vaak verhuisd door omstandigheden. Sinds zes jaar woon ik nu heerlijk in Breda. Voor het eerst in mijn leven begin ik een beetje een gevoel te hebben van wortels. Do woont nu al jaren in of bij Amsterdam. We zien en spreken elkaar weer veel vaker. Een goede vriendin van me zei ooit: “Je hebt twee soorten mensen, vogels en bomen.” Ze bedoelde sommige mensen blijven op een plek en zorgen voor wortels en anderen vliegen uit. Do en ik zijn vogels.
Do: Ik ben niet gehecht aan een plek. Ik zou het superleuk vinden om samen met mijn man en de kids een paar jaar in New York te wonen. Dat heeft wel zijn voor- en nadelen. Een voordeel van het langere tijd wonen op een vaste plek is de rust.
GD: Nog meer familietrekjes?
Monica: We zij allebei niet feministisch maar we vinden het wel heel belangrijk om zelf te bepalen wat we met ons leven doen en dat wij onze eigen mening mogen hebben over de wereld om ons heen. Dat laten we niet door een ander bepalen.
GD: Do, op je vijftiende legde jij je toe op de muziek. Je trad op en kreeg bijna meteen een platencontract aangeboden en had snel daarna een wereldhit met het nummer ‘Heaven’. Hoe kreeg je dat voor elkaar?
Do: Er is veel aanbod en er zijn veel mediakanalen. Je moet echt op de juiste plek zijn op het juiste moment en een beetje geluk hebben. Mijn moeder was ook belangrijk en gaf me soliditeit. Ze was altijd bij me op die internationale reizen. De wereld van nu is een tijd van eendagsvliegen.
GD: Dat kun je van jouw carrière niet zeggen. De hitsingle ‘On and on’, het duet ‘Voorbij’ met Marco Borsato en ‘Hij gelooft in mij’ waren toppers in de hitlijsten. Je scoort al twee decennia. Zijn je vrienden en kennissen van vroeger door dit succes veranderd?
Do: Nee. Ik heb nog steeds een hele leuke relatie met dezelfde mensen van vroeger. Dat is nooit veranderd.
GD: Ben je wel eens benaderd door bijvoorbeeld mensen die vroeger bij je in de klas zaten. Met het verzoek bij hen op een feestje of bruiloft even gezellig langs te komen zodat ze met een BN’er kunnen pronken?
Do: Dan verwijs ik ze meteen door naar mijn management. Ik kom ze sowieso ook niet gemakkelijk tegen op straat omdat ik zo vaak ben verhuist.
GD: Je bent fotogeniek. Hoe heeft dit jou in je carrière geholpen?
Do: Door mijn hits werd ik een bekend gezicht dat zodoende een eigen merk werd. Mijn eigen merk werd ingezet voor andere brands. Deze exposure zorgde voor een breed publiek voor mijn muziek.
Monica: Ze heeft hele trouwe fans en dat komt omdat haar muziek haar fans raakt.
GD: In 2003 zat je in het voorprogramma van het Nederlandse concert van Westlife. Jij en de jongens van deze Ierse boy-band, het toenmalige antwoord op Take That, waren even oud, mooi en beroemd. Zijn daar nog romantische avonturen uit voortgekomen?
Do: Niet met Westlife, nee. Ik ben wel in Engeland geweest om met hen te repeteren. Dat was gezellig. Zo leuk dat ze later nog een keer als mijn achtergrondkoortje hebben gezongen. Door mijn succes heb ik veel door Amerika gereisd en ik heb daar toen wereldberoemde sterren ontmoet. Maar ik bleef toch het nuchtere Hollandse meisje. Ik was vooral met mijn werk bezig. Mijn moeder was erbij. Dat hielp. Zo heb ik bijvoorbeeld bij Top of the Pops met Tom Jones staan kletsen. Maar door al de drukte dacht je 6 maanden later pas, tijdens een rustig moment, met wie je toen hebt staan te praten.