Ik vond hem een kleurrijke figuur die zich soepel kwinkslaand een weg baande door de Haagse politieke slangenkuil. Wiegel was, zei hij ironisch, ‘de beste premier die Nederland nooit heeft gehad’. Als student was Hans korte tijd lid van het Amsterdams Studenten Corps bij het pas opgerichte dispuutgenootschap ENERGIA met dispuutsnaam Wammes! Dat was lachen!
In de tijd dat Wiegel actief was in de vaderlandse politiek en er gestemd kon worden voor een nieuwe regering was er maar één naam die mij voorkwam als iemand met een gezond gevoel voor zelfspot en humor. Dat hij VVD-coryfee was, zei me niet zoveel. Als piepjonge kiezer werd ik niet gekweld door diepgaand zicht op het politieke landschap en maakte ik Wiegels hokje op het stembiljet kritiekloos rood. Toen was stemmen namelijk nog geheim en geluk nog heel gewoon. Er was een zinsbegoochelend aanbod aan partijen met o.a. de Boerenpartij van Koekoek, de Antirevolutionaire ARP, de CHU, de KVP en mucho anderen. Veelal kon ik geen touw vastknopen aan hun fantastische (te) dure plannen. Dus bleef Hans voor mij over.
Wiegel wond geen doekjes om uitspraken over Joop den Uil (een auto voor iedere deur). Wiegel wees in 1972 tijdens een debat met studenten in Congrescentrum Het Tehuis in Groningen op de geldverslindende plannen van het kabinet Den Uyl naar den Uil en zei: “Sinterklaas bestaat. Daar zit 'ie, achter de tafel!" Dat kabinet smeet volgens hem te veel geld over de balk, wat resulteerde in een staatsschuld van een zorgwekkend percentage van het bbp. Dat was gieren!
Wiegel meldde zich in 1976 als lijsttrekker van de VVD op campagne in het rode Nijmegen. Leden van een ‘Kommunistiese’ actiegroep in de zaal riepen net na Wiegels opkomst: ‘Wiegel, hondenlul.’ Wiegel wachtte kort, bouwde de spanning voorzichtig op en reageerde toen: ‘Mijnheer de voorzitter, willen de heren die zojuist 'hondenlul' riepen even opstaan? Het leuke is dat de heren zich dan voorstellen. Mijn naam is zoals bekend: Wiegel.’ Dat was brullen!
De Heeren Zeventien (een club van Friese notabelen opgericht in 1982 door Wiegel), genoemd naar het machtige bestuur van de VOC, is een gezelschap waarin Wiegel (als commissaris der Koningin) zich zeer thuis voelde. Heren die tafelen, drinken, zingen en onderwijl het land besturen zonder zichzelf ook maar iets tekort te doen. Af en toe springt er iemand op tafel en zet het Friese volkslied in. Een dolle boel!
Wiegel werd tweemaal weduwnaar. Deze zeer ingrijpende tijd heeft hij zeer moedig en waardig doorstaan en dat sierde hem. Moge hij rusten in vrede.