Veertig dagen na Pasen gaf Jezus instructies aan zijn volgelingen en hij nam hen mee naar een heuvel aan de oostkant van Jeruzalem. Tot grote verbazing van de omstanders steeg Jezus als een raket omhoog. Toen hij bij een wolk was aangekomen greep een hand hem beet en trok hem in de nevelen waardoor hij aan het oog werd onttrokken. Het bleek God zelf te zijn die hem meenam naar de hemel.
Een andere, hardnekkige legende vertelt dat veertig dagen na Pasen, op een mistige dag, Jezus zijn volgelingen meenam naar de oostkant van Jeruzalem tot aan de voet van een heuvel. Daar nam hij afscheid van de omstanders en nam een weg naar het oosten die over de heuveltop leidde. Jezus verdween daarom in de mist. In de legende reisde hij samen met zijn moeder Maria naar Kasjmir in India. Onderweg bleven ze wat langer in de stad Efeze. In die stad is een huisje te vinden waarin zij een tijd zouden hebben gewoond.
In India kreeg Jezus de bijnaam Yuz Asaph. Hij die mensen geneest. In de plaats Srinagar is in een moskee een tombe waarin de mummie van de overleden Yuz Asaph nog steeds rust. Naast de bijna tweeduizend jaar oude tombe is een steen met een relief. Er zijn twee voeten met de kruiswonden in uitgehakt. De tombe trekt veel pelgrims van alle geloven.
Archeologisch onderzoek is streng verboden en wetenschappers doen vreselijk hard hun best om de legende onderuit te halen. Zij halen het hemelvaartsverhaal uit de bijbel erbij om hun gelijk te krijgen. Hoe dan ook ging Jezus dus bij zijn afscheid naar omhoog en hij verdween in een wolk van waterdamp. Geen enkele reden dus om deze vrije dag af te schaffen.