Ik zat in de vroegte al klaar met blocnote tussen de knieën geklemd, pen in de aanslag. Zojuist had ik de restanten van het ontbijt in de tuin gestrooid, kort in mijn handen geklapt om de vliegende carnivore bendes te waarschuwen dat het voedertijd was. Kon mij net op tijd terugtrekken om te ontkomen aan het neerstorten van de eerste aanvalsgolf bestaande uit een groep van zeven eksters, dat na landing direct het gevecht om de lekkerste hapjes aanging. De dikste van het stel was kennelijk de commander in chief die zijn troep op afstand hield van het feestmaal. Kort daarna kwam met veel gekrijs als een duikbommenwerper een tweetal kraaien ter plaatse dat meteen de commander in chief genadeloos verjoeg.
Toen de voederplaats was ontdaan van hapklare brokken en de agressievelingen zich hadden teruggetrokken kwam een vredelievende duif de voederplaats nalezen op piepkleine restanten brood en kaas. Nu grenst mijn optrekje aan de Moerenloop met daarachter het landgoed. Ik ontwaarde daar een uitgebreide kolonie wilde ganzen, naar schatting een stuk of veel. Wilde ik graag toevoegen aan mijn tellijst; ik vreesde echter dat de organiserende vogelaars gek van enthousiasme c.q. achterdocht zouden worden en derhalve liet ik mijn voornemen varen.