Deze week: onderdelen uit een interview met de opa van Jesse uit Havo 5
Mijn opa heet Pieter Wilhelm Julius, maar zijn roepnaam is Juul. Hij is nu getrouwd met mijn oma Cornelia Johanna Keijner Bakker. Hij is geboren in Semarang Indonesië op 11 Oktober 1937. Mijn opa is heel erg lief en zorgzaam. Altijd als hij eten ging maken en wij met zijn alleen daar waren vergat hij zelf te eten, omdat hij voor iedereen goed wil zorgen.
Mijn opa wordt altijd heel erg vrolijk van zijn vogelkooi. Hij staat elke ochtend vroeg op om die te verschonen en bij te houden. Dat is ook een van zijn grootste hobby's. Ook wordt hij heel gelukkig van oude Indische muziek. Die zet hij dan altijd aan op de radio en dan is hij helemaal in zijn element. Dat vinden wij altijd heel erg leuk om te zien.
Het leek me interessant om te weten hoe het er precies aan toe ging toen in die tijd van de oorlog en ook, omdat hij natuurlijk in een ander land geboren was en de oorlog daar heel erg heftig was. Mijn eerste vraag ging over hoe hij de oorlog had meegemaakt. Hij zei dat hij toen nog best jong was en er zelf niet super veel van mee heeft gekregen, Maar hij heeft er naderhand wel veel over te horen gekregen. Toen de japanners Indonesië bezetten gingen veel mensen in schuilkelders zitten, maar mijn opa niet hij ging met een groepjes jongens van zijn leeftijd gewoon buiten rond spelen. Ze wisten toen nog niet echt hoe serieus het allemaal was en daar kwamen ze later pas achter. Ze zagen toen ook veel mensen naar verschillende kampen afgevoerd worden. Gelukkig heeft mijn opa dat niet meegemaakt, maar wel heeft hij gezien hoe mensen op een brute manier gedood werden of verkracht werden door de Japanners. Dat is natuurlijk heel heftig op zo’n jonge leeftijd dat te moeten meemaken.
Ik zou dat echt niet voor me kunnen zien dat ik zulke dingen zou moeten zien op 7-jarige leeftijd.