Zomerse salade met (Galbani) Burrata
Een hoofdgerecht voor 4 personen. Bereidingstijd ca. 20 minuten.
Een vast onderdeel bij burgerschap voor het vak maatschappijleer is een interview met een persoon uit een andere generatie. Deze gesprekken zijn ontroerend, grappig, leerzaam en bovenal herkenbaar. Het geeft de leerlingen inzicht in de levens van oudere personen (vaak de Opa en Oma) en leert hen op andere wijze te kijken naar de maatschappelijke ontwikkeling. Met heel veel plezier werken de leerlingen aan deze opdracht
Vandaag: Een interview met de opa en oma van Indy uit Havo 5
Inleiding: In de ochtend had ik mijn opa en oma de vragen alvast doorgestuurd om er vast even over na te denken. Ze zijn al aardig op leeftijd en hadden dus even wat extra voorbereiding nodig. Ik heb allebei mijn opa’s en oma’s nog, maar ik heb gekozen om mijn opa Ad Diepstraten (vader van mijn vader; rechts op de hoofdfoto) en mijn oma Gonny de Leeuw-Ramakers (moeder van mijn moeder; rechts op de tweede foto) te interviewen. Mijn opa is geboren in Bavel en daar woont hij nog steeds met mijn oma. Zijn geboortejaar is 1939 en hij heeft nog veel herinneringen aan vroeger en ook van de tweede wereldoorlog. En met mijn oma omdat zij is geboren en opgegroeid in Echt, Limburg. Toen ze opa leerde kennen is ze verhuisd naar Breda.
Hoe zag uw gezin eruit?
Mijn gezin bestond uit mijn vader en moeder en vijf kinderen. Drie jongens en twee meisjes. Ik was de middelste van de vijf. Ons gezin was vrij standaard, maar in die tijd had je ook hele grote gezinnen met soms 10 of zelfs 16 kinderen! Mijn vader is al jong overleden, maar mijn moeder is zelfs 100 jaar geworden. Van de kinderen leven alleen mijn jongste zus en ik nu nog.
Kunt u uitleggen hoe uw huis er vroeger uit zag?
Wij woonden in een huis in de Kerkstraat in Bavel. Dat huis was van mijn opa en oma en wij woonden daar met ons gezin bij in. Mijn ouders zorgden voor hen totdat zij zijn overleden. In het huis was een woonkamer en een voorkamer, een simpele keuken zonder apparaten en een paar slaapkamers die we samen moesten delen. Ik sliep samen met broer op één kamer in een bedstede. We hadden geen luxe zoals nu, maar we wisten natuurlijk ook niet beter toen. In de tuin hadden we een washok met een wc en een waskuip met een stoel erin. Op zaterdag mochten we ons altijd wassen. De wc moest je doorspoelen met een emmer water. Alles werd opgeslagen in een groot gat in de tuin en dit werd regelmatig gebruikt als mest op onze grond.
Wat voor invloed heeft de oorlog op uw jeugd gemaakt?
De eerste jaren natuurlijk niet veel omdat ik te jong was, maar toen ik een paar jaar oud was kan ik me heel goed herinneren dat het een heftige en angstige tijd was. Wat me het meest is bijgebleven is dat iedereen erg bang was door de gekke verhalen die rondgingen onder de mensen en de bombardementen. Vooral de bombardementen hebben erg veel indruk op mij gemaakt. Wij deden dan altijd onze ogen dicht en ik ging dan met moeder in de hoek van een kamer staan totdat het voorbij was. Later zijn mijn moeder en ik altijd bang gebleven voor onweer en harde klappen.
Deed u vroeger aan sport, was dit mogelijk?
Achter ons huis was het voetbalveld van Bavel. Dus wij liepen door onze tuin via een pad naar dit veld toe met mijn vrienden en andere jongens uit Bavel. Er stonden goals met houten palen zonder netten. We hebben daar heel veel plezier gehad met zijn allen. Ik heb dus altijd heel veel gevoetbald, zelfs in het eerste van Bavel. Ook op straat speelde we veel buiten. Het dorp was toen niet zo volgebouwd en er reden 2 heel weinig auto’s. Daarom waren wij vroeger heel veel buiten en speelde op straat of in de weilanden bij de boeren.
Wat voor onderwijs heeft u gevolgd?
Na de lagere school ben ik naar de Mulo gegaan in Echt (Limburg). Dit was een meisjesschool in een klooster. Hier gaven nonnen les en af en toe kregen we ook les van een leraar of onderwijzeres. Godsdienst kregen we van een pater. Daarna heb ik nog 4 jaar gestudeerd in Roermond voor de huishoudkundige opleiding.
Waar bent u opgegroeid en heeft u een fijne jeugd gehad?
Ik ben opgegroeid in Echt. Ik heb hier altijd graag gewoond met mijn ouders, 3 zussen en 1 broer. Wij hadden een vrijstaand huis met veel grond en dieren. Wij hadden ook een hond en hier wandelde ik veel mee (naar het bos of de velden in). Het was er mooi en we hadden de ruimte. Ik heb een hele fijne jeugd gehad met veel vrijheid. Als het schoolwerk en het werk thuis klaar was mochten wij altijd ons eigen ding doen en wij waren we lekker vrij.
Waren jullie gelovig?
Wij waren zeker gelovig. Ik ben katholiek opgevoed. Voordat wij naar school gingen moesten wij naar de ochtendmis. Daarna liepen wij meteen door naar school. School wist ook precies of je bij de mis was geweest. Dit kwam ook in je rapport te staan hoe vaak je in de kerk was geweest. Dit werd dan ook besproken me je ouders. Op zondag gingen wij met het gezin naar de mis en dan moesten we in onze zondagse kleding (jurk, rok met jasje) naar de kerk. Oma Gonny staat links op de foto.
Merkte u in uw tijd, verschil tussen mannen en vrouwen? Denk aan huishoudelijke taken, werken, school?
Jazeker thuis heb ik mijn vader eigenlijk nooit zien afwassen of de was zien doen. Dit deed mijn moeder eigenlijk altijd samen met ons (de meisjes). Als wij naar de kerk gingen zaten de vrouwen links in de kerk en de mannen rechts. Maakte niet uit of je jong, oud of getrouwd was. En er waren aparte scholen voor jongens en meisjes.
Allereerst vond ik het erg leuk om mijn opa en oma te interviewen en hen deze vragen te stellen. Dit soort onderwerpen bespreken we normaal niet en hierdoor heb ik toch veel nieuwe dingen gehoord die ik me eigenlijk niet kan voorstellen. Ik denk dat ik in de toekomst vaker vragen ga stellen over hun jeugd en ben erg benieuwd wat ze me nog meer gaan vertellen. Wat me na het interview van mijn opa vooral bij blijft is dat hij echt een totaal andere jeugd heeft gehad dan ik. Leven in een gevaarlijke oorlog en de verhalen die hij nog zo kan vertellen ondanks dat hij zo jong was toen. Zijn ouders hadden niet veel geld en ze hadden totaal geen luxe zoals nu. Ze leefden van de groente van hun eigen land, kochten een varken en slachten deze voor vlees en hadden in de oorlog zelfs voedselbonnen om eten te halen (deze heb ik van hem gekregen). Toen hij ouder was en zelf geld ging verdienen werd alles natuurlijk veel beter, maar dat heeft wel lang geduurd. Nu geniet hij lekker en doet de dingen die hij leuk vindt.