Joodse overheid
De Joodse overheid had niets met Jezus. Ze hadden niets aan hem als een sterke leider die de Romeinen zou verjagen uit het bezette land. Jezus was voornamelijk bezig met dingen die na de dood komen en dat was in strijd met het Joodse geloof. Er circuleerden roddels over zijn afstamming. Zijn stiefvader Jozef, een oude man, zou zijn tienermoeder Maria hebben gered van de doodstraf door met haar te trouwen tijdens haar zwangerschap. Wat het nog erger maakte was het gerucht dat Maria zwanger was van een zekere Panthera. Een Romeins soldaat. En de Romeinen waren in het jaar dertig de vijanden van de Joden. Een halve Romein die bij het volk gezien werd als een held werd in die tijd beschouwd als een gevaar. Daarom bestempelde de Joodse raad Jezus als een valse Messias die zo snel mogelijk geruimd moest worden. Na vijf dagen was dat een feit. Via een list werd Jezus in de val gelokt.