De oosterburen hadden zich noodgedwongen achter hun eigen grenzen teruggetrokken. Aan het strand lagen kolossale verlaten bunkers, die door het strandvolk gebruikt werden als toilet. Een komische Hollander had met een grote kwast en een royale emmer witkalk op het grijze beton de tekst: ”Zimmer Frei" gekalkt!
Begin jaren 50 op het strand boterhammen met zand eten. Niet mauwen, maar kauwen was het moederlijk bevel, we hebben immers allemaal last van zand tussen onze kiezen!
Mijn gebreide zwembroek werd ook niet gespaard en was door het zeewater twee keer zo ruim, zwaar en transparant geworden. Ja, toen was geluk nog heel gewoon! Het aantrekken van schoenen in rul zand was een traditioneel ritueel. Maar gelukkig deden Robinson sandalen hun intrede in mijn leven. Dit waren een soort zelflozende schoenen waardoor het zand niet langer mijn voeten dwarszat.
In één van die jaren huurden pa en ma vier weken de zolderverdieping van een woonhuis aan het Seinpad. Ik koesterde snel een onbeantwoorde liefde voor de dochter des huizes, echter toen haar pa makrelen had gevangen die hij aan het stuur van zijn fiets had gespietst, droogde mede door die verwoestende geur mijn crush voor vaders dochter op. Na de vakantie gingen we, bepakt en bezakt, met de trein terug naar Rotterdam. Voor station 010 de tram genomen naar Kralingen, de bescheiden kant van de wijk. Twee weken later weer terug naar de lagere school, uitkijkend naar de volgende vakantie.
Op het strand waren in die tijd nog niet veel uitbaters van eetgelegenheden. Gelukkig kwam er later in de jaren 50 een mobiele frietboer aan het begin van de pier met bijzondere patat uit een soort aardappel pasta. Dit was een bijna onbetaalbare lekkernij, gelet op mijn beperkte zakgeld. Als dit al lukte door verplichte spaarzaamheid ontbrak me nog de poen voor een romig gele, ruim bemeten klodder mayo er bovenop.
De stad zonder hart. Al tientallen jaren stampten vele heimachines in Rotterdam palen in de grond, werden onmetelijke massa's beton gegoten en kwam een nieuw hart van de stad tot stand door ongebreidelde bouwactiviteiten. Niet lullen maar poetsen was het devies (tegenwoordig is dit helaas andersom). De naoorlogse woningnood werd gelenigd en “Happy days were here again”.
Begin jaren 60 ging ik met mijn vriendinnetje achterop mijn Puch nog eens terug naar de Hoek, maar de romantiek van weleer was ver te zoeken, het strand was verbreed en de afstand van de horeca tot aan de zee was niet uitnodigend.
Ik schiet wakker uit mijn herbeleving van vroeger tijden, terug naar de 21e eeuw. De woningnood is weer terug en zicht op significante verandering is er vooralsnog niet.
De zon is bezig onder te gaan, de temperatuur is nog lang tot in de nacht hoog. Tijd om het terras leeg te ruimen en op TV de laatste landelijk politieke ontwikkelingen te volgen, die mij overigens niet vrolijk stemmen.
Einde vakantie en morgen terug naar mijn optrekje in de Haagse Beemden.
Groet, Pennetje