Een mooie tijd was dat

ARCHIEF HBNMP IN BEELD 2 september 2026 Redactie Marian Hulshof – Foto Marian Engel
26090201toinevannispen1

Archiefnieuws uit 2004. Vraag Toine van Nispen naar de eerste jaren van de wijk en hij begint enthousiast te vertellen. Van 1978 tot 1984 was hij voorzitter van de Stichting Sociaal Cultureel Centrum Haagse Beemden. Twintig jaar geleden, in 1984, werd hij geïnterviewd door het Haagse Beemden Nieuws omdat hij afscheid nam als voorzitter.

26090201toinevannispen2

Hij lacht als hij het stukje met foto ziet. “Ja, toen had ik nog een baard. Het was toch best een opvallende baard, maar hij was eraf en niemand zag het! Iedereen vroeg: ‘Heb je soms een nieuwe bril?’. Nog steeds woont hij in het huis waar hij in 1978 kwam wonen. De bewoners van de eerste 123 huizen van de Haagse Beemden waren in die tijd op zichzelf aangewezen. Behalve zandhopen was er niets. Samen met enkele buurtgenoten ging hij alle bewoners af om ze enthousiast te maken voor een bijeenkomst in de Texasbar. Het werd een gedenkwaardige bijeenkomst met veel belangstellenden. De bewoners besloten tot de oprichting van een aantal voorzieningen om het sociale leven in de wijk te laten opbloeien. Samen met andere leverde Toine daar een bijdrage aan de geboorte van de Haagse Beemden Koerier (voorloper van het Haagse Beemden Nieuws), de Beemdentil en vele andere wijkevenementen.

Stropdas

Zijn enthousiasme is Toine nog lang niet kwijt. De woorden ‘gezéllig!’ en ‘zó leuk!’ komen vaak terug in zijn verhaal. Hij laat enkele exemplaren zien van de ‘Haagse Beemden Koerier’. Een echt tijdschrift, bijna zonder advertenties, voor een deel met dezelfde rubrieken en onderwerpen als nu, maar duidelijk voor een kleiner publiek, getuige de rubriek: ‘Jarigen in de wijk’. “Je kende iedereen”, licht Toine toe. Na zes jaar ging ‘de Koerier’, zoals iedereen hem noemde, ter ziele omdat de uitgave te duur werd. Vrij snel daarna ontstond in iets andere vorm het huidige ‘Haagse Beemden Nieuws’. Behalve medewerker van de Haagse Beemden Koerier was hij lange tijd voorzitter van Stichting Sociaal Cultureel Centrum Haagse Beemden, waaruit ‘de Beemdentil’ is ontstaan. “Een leuke tijd”, herinnert Toine zich. Hij vertelt hoe een noodgebouwtje met een schoollokaal en een bouwkeet uitgroeiden tot het huidige gemeenschapshuis. Daar kwam een heleboel bij kijken: organisatorische zaken, maar ook praten met de gemeente, met jongeren, met opbouwwerkers… “Dan kwamen we ’s avonds aanrennen, soms met de stropdas nog aan… een mooie tijd was dat! Zonder Ineke Carol, de vrouw van de dokter, had ik het trouwens nooit gered. Zij besteedde er ook bijna een hele werkweek aan. Toen ik het zes jaar gedaan had ben ik er toch mee gestopt. Mijn hele vrije tijd zat erin, ik was ’s avonds nooit thuis, op een gegeven moment wilde ik ook meer tijd hebben voor de kinderen.”

Rikavonden

Naast zijn werk voor de Haagse Beemden Koerier en de Stichting Sociaal Cultureel Centrum deed Toine van alles om het woonplezier in de buurt te vergroten. Hij benadrukt verschillende keren dat hij dat niet in zijn eentje deed en noemt moeiteloos een heel rijtje namen van mensen die zich ook inzetten. Hij zat in het Buurtfeestencomité, hij zat in het comité ‘Recreatie Hazenberg’ dat bijvoorbeeld hielp om sportverenigingen van de grond te krijgen en rikavonden in de Texasbar organiseerde, en hij was Prins Carnaval. Tegenwoordig doet hij het wat rustiger aan. Als voormalige Prins van Giegeldonk zit hij nog wel in het ‘Register van Oud-Prinsen’. Met veel plezier weidt hij uit over ‘oud-prinsjesdag’, de derde dinsdag van november, als alle oud-prinsen een dagje op stap gaan.

Horeca

Door de grootte is de Haagse Beemden wat minder persoonlijk geworden, maar dat vindt hij niet zo erg. “Dat heeft als voordeel dat er meer mensen zijn die aan alles meedoen, een te kleine kern is niet goed.” De grootste verandering in de wijk van de afgelopen twintig jaar vindt hij de komst van winkelcentrum Heksenwiel. “Dat was een verbetering voor de hele wijk, dat je alles kunt doen in de wijk zelf. Allen de horeca, het is jammer dat er geen leuke horeca in de wijk is. Dat dát nog niet veranderd is. De gemeente beweert nog steeds dat de horecavergunningen op zijn: je hebt ’t Archief en de Texasbar, en verder de sportverenigingen en de buurthuizen, die hebben allemaal vergunningen. Maar waar kan je nou leuk lunchen en koffiedrinken hier in de wijk?” Al met al heeft hij toch nog geen enkele reden om te verhuizen: “Ik denk dat het de mooiste wijk van Breda is. Dat zie je als je fietst. Dat vertel ik aan iedereen. Het groen is groener geworden, de wijk is mooier geworden. De band is wat minder, maar de sfeer is nog steeds goed.”

 

Uit HBNieuws nr. 11, 2004 - herplaatsing in Magazine 2024-3 en op woensdag 5 februari 2025 via Facebook