Een verzameling van objecten met verhalen

IN BEELD 1 augustus 2026 Redactie Nelleke van der Zee – Fotografie Alex De Vliegere
26080101guusvangeffen1adv

Guus van Geffen (75 jaar) heeft in zijn appartement een verzameling van bijzondere objecten waar weer mooie verhalen aan vast zitten. Van speren uit Nieuw-Guinea, een soeplepel, gemaakt van een kalebas uit Thailand, marinepetten van verschillende eenheden, siervoorwerpen uit Thailand. De meeste objecten heeft hij geërfd van zijn ouders en gekregen van verschillende mensen. Zijn kinderen en kleinkinderen brengen ook altijd iets mee van hun reizen.

26080101guusvangeffen3adv

In zijn gezellige appartement vertelt Guus hoe het verzamelen is begonnen. Daarvoor gaan wij terug naar zijn kindertijd en naar de historie van zijn familie. “Ik ben geboren in Indonesië, in Jakarta. Daar heb ik tot mijn zesde jaar gewoond. Zoals veel Indische families moesten wij weg uit Indonesië. Mijn opa was een Amsterdammer en kwam te werk als hoofdagent in Indonesië. Mijn oma is afkomstig uit België. Ik heb verschillende culturen in mij zitten. Mijn vader kwam door familieomstandigheden op zijn negende jaar in een weeshuis terecht. Daar is hij tot zijn negentiende verbleven. Het was vanzelfsprekend, dat jongens vanuit het weeshuis ingelijfd werden bij het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch leger 1814-1950), omdat er te weinig militairen waren. Tijdens zijn dienst is hij krijgsgevangen genomen door de Japanners en moest hij aan de Birma spoorlijn werken. Na de oorlog is hij ingelijfd bij de Gadjah Merah (Rode Olifant), een leger opgericht in oktober 1945, bestaande uit ex-krijgsgevangen die aan de Birma spoorlijn in Thailand hadden gewerkt.”

26080101guusvangeffen4adv

Getraumatiseerd

Deze eenheid bestond uit 1600 zwaar getraumatiseerde KNIL-militairen, die door de genadeloze arbeid onder de Japanners eigenlijk niet meer geschikt waren om te vechten. Maar omdat zij in de Bersiaptijd veel familie hadden verloren, waren zij bereid om in Indonesië de orde en vrede weer terug te brengen. Zij werden in Thailand door Engelse officieren getraind. (Bron: Meer dan babi pangang).

Guus vervolgt zijn verhaal: “Mijn vader heeft mijn moeder in Thailand ontmoet. Zij was een van de vrouwen die de krijgsgevangenen stiekem eten gaf. Daar zijn zij ook getrouwd. Zoals ik dus zei, vertrokken wij in maart 1958 per vliegtuig naar Nederland. Eenmaal hier werden wij naar kamp Budel gebracht. Daar kregen wij warme kleding en mochten even acclimatiseren. Van daaruit kwamen wij in een pension in Limburg. Ik ben enig kind en sprak geen woord Nederlands. Maar als klein kind ben je flexibel. Mijn vader kreeg een baan in Meerssen, een plaats in de buurt van Valkenburg. Daar heb ik tot mijn achtste jaar gewoond en daarna verhuisden wij naar Sittard. Daar heb ik van mijn achtste tot mijn twaalfde jaar gewoond. Ik vond het daar heel leuk. Ik had daar heel veel vriendjes.”

26080101guusvangeffen2adv

Brabant

“Mijn ouders hadden verschillende kennissen die in Tilburg woonden. Daarom verhuisden wij op mijn twaalfde jaar naar Tilburg”, vervolgt Guus zijn verhaal. “Dat vond ik niet leuk. Ik had heimwee naar Sittard. Ik ging naar de LTS en studeerde elektrotechniek. Mijn ouders wilden graag dat ik naar de MTS ging, maar daar had ik helemaal geen zin in. Ik wilde bij de Marine.

En zo gebeurde het dat ik op mijn zestiende het leger in ging. Ik volgde een militaire opleiding in Hilversum en daarna een technische opleiding in Amsterdam. Mijn eerste fregat was de Zeven Provinciën, daarna heb ik bij de mijnendienst gezeten. Toen werd ik ingedeeld bij Zr. MS. Groningen voor twee jaar. Ik heb tussendoor mijn korporaalsopleiding afgerond en ben toen twee jaar gaan varen op Zr. MS. Evertsen. Ik ben geëindigd op mijn vijftigste als Sergeant-majoor en heb ik ‘functioneel leeftijd ontslag’ (FLO) genomen, zoals ze dat bij ons noemen.

26080101guusvangeffen6adv

Mijn moeder werd ziek en samen met mijn vrouw besloten wij om bij haar in te trekken om voor haar te zorgen. Toen mijn moeder erg verzwakt was, kreeg ik te horen dat pa van Geffen niet mijn biologische vader was. Ongeloof, verdriet en woede maakte zich meester van mij. Ik was bijna drieënzestig. Al die jaren heeft mijn moeder een groot geheim met zich meegedragen. Mijn biologische vader blijkt een Hollandse militair te zijn, die later naar Canada is verhuisd. Toen ik eenmaal zijn naam, legernummer en geboortedatum wist, heb ik hem via internet kunnen traceren. Mijn vrouw Linda heeft de eerste contacten gelegd. Wij zijn naar Canada gegaan en hebben mijn vader, zus en broers ontmoet. Van enig kind naar een hele familie met broers en zussen. Soms kan ik het nog niet bevatten. Maar nu begint de puzzel in elkaar te vallen en snap ik ook de hints, die mijn ‘zorgvader’ ons vroeger gaf.”

26080101guusvangeffen5adv

Verzamelen

“Tijdens mijn reizen begon ik met objecten te verzamelen”, vertelt Guus verder. “Niet zomaar iets, maar echte objecten waar een verhaal aan vastzit. Van lieverlee hoorden andere mensen van mijn verzamelwoede en kreeg ik van alle kanten dingen aangeboden. Ik ben wel erg selectief. Ik neem alleen objecten aan waar een emotionele waarde aan zit. Weet je, iedereen heeft wel eens een minder fijne dag. Als ik mij dan terugtrek in mijn ‘verzamelkamer’ dan voel ik de verbinding met mijn verleden en krijg ik daarvan een goed gevoel. Sinds 2020 ben ik als vrijwilliger betrokken bij het museum van Stichting Arjati (red: Selamanya di dalam hatiku ofwel: voor altijd in mijn hart). Ik verzorg daar de tuin, ik knap objecten op, geef rondleidingen en vertel het verhaal over het object. Wij geven ook twee keer per jaar een expositie. De eerstvolgende expositie is op 13 september in Heerhugowaard. Ook ben ik samen met mijn vrouw Linda vrijwilliger bij Egalazorg/ Raffy. Daar verzorgen wij de dagopvang op maandag. Wij doen allerlei hand- en spandiensten, dat vind ik heel fijn om te doen.”

26080101guusvangeffen7adv

Na het interview krijgt HBNMP een rondleiding in zijn ‘verzamelkamer’, waar heel veel bijzondere dingen te zien zijn. Ieder jaar organiseert Stichting Arjati en Egalazorg/Raffy op 15 augustus de Indiëherdenking. Guus en Andy Karten nemen de organisatie van de militairen voor hun rekening. Bent u geïnteresseerd om een kijkje te nemen in het museum van Stichting Arjati, dan bent u van harte welkom op woensdag tot en met zaterdag van 13.00 – 15.30 uur; de toegang is gratis.