Getraumatiseerd
Deze eenheid bestond uit 1600 zwaar getraumatiseerde KNIL-militairen, die door de genadeloze arbeid onder de Japanners eigenlijk niet meer geschikt waren om te vechten. Maar omdat zij in de Bersiaptijd veel familie hadden verloren, waren zij bereid om in Indonesië de orde en vrede weer terug te brengen. Zij werden in Thailand door Engelse officieren getraind. (Bron: Meer dan babi pangang).
Guus vervolgt zijn verhaal: “Mijn vader heeft mijn moeder in Thailand ontmoet. Zij was een van de vrouwen die de krijgsgevangenen stiekem eten gaf. Daar zijn zij ook getrouwd. Zoals ik dus zei, vertrokken wij in maart 1958 per vliegtuig naar Nederland. Eenmaal hier werden wij naar kamp Budel gebracht. Daar kregen wij warme kleding en mochten even acclimatiseren. Van daaruit kwamen wij in een pension in Limburg. Ik ben enig kind en sprak geen woord Nederlands. Maar als klein kind ben je flexibel. Mijn vader kreeg een baan in Meerssen, een plaats in de buurt van Valkenburg. Daar heb ik tot mijn achtste jaar gewoond en daarna verhuisden wij naar Sittard. Daar heb ik van mijn achtste tot mijn twaalfde jaar gewoond. Ik vond het daar heel leuk. Ik had daar heel veel vriendjes.”