Helaas, sommige dingen zijn van alle tijden
Die keuze – je geld of je leven – is nog helemaal niet zo eenvoudig. Mensen zonder geld hebben niet veel te kiezen. Mensen met geld kunnen daar vaak niet bij. Dat zit vast in beleggingsfondsen, cryptische aandelen en vastgoedaankopen. Om maar niet te spreken over de bankleningen en de rente daarop. Je zal het niet geloven maar de rijksten ter aarde hebben soms het minste geld.
Geld en leven staan al sinds de uitvinding op gespannen voet. Ooit was het alleen een mooie edelsteen of dikke berenhuid die liet zien wie het breed had. Rente was er al sinds de Mesopotamiërs staat in de code van Hammurabi. Alexander de Grote was een van de eersten om zijn nobele profiel op munten te laten slaan.
Tot aan het begin van de industriële revolutie was er nog een breed maatschappelijk verband tussen kapitaal en het leven. Kapitaal hielp de productiecapaciteit samen te brengen. De arbeid bracht het werk waardoor productie ontstond en die twee samen hebben decennialang het leven verbeterd. Ter overpeinzing, waarom noemen we arbeiders eigenlijk niet werkgevers? Zij zijn het die hun werk geven, toch?
Langzaam zijn er twee werelden ontstaan die elkaar nauwelijks raken. Arbeid wordt steeds minder beloond. Geld verdienen zonder enige vorm van creatieve arbeid is wereldwijd de meest lucratieve sport geworden voor wie een kiezeltje of een hele berg van de Zwarte Rots wil bezitten. En dat zijn er veel.
Rijk zijn blijkt zelfs slapend te leiden tot rijker worden. Musk wordt wakker en er staan weer een paar miljoentjes extra op zijn rekening. Of dat meteen een geweldig leven betekent blijft de vraag. Ook rijke stinkerds willen toch eigenlijk wel meer van het leven dan alleen rijk zijn. Bijvoorbeeld gerespecteerd worden of zelfs geliefd zijn. En dat is dan weer een ander verhaal.