Lex Heijtveldt, een man van vertrouwen

IN BEELD 8 april 2020 Redactie en fotografie Alex De Vliegere
20040801lex

Lex heeft een positieve kijk op de digitale krant. Hij vergelijkt het met de overgang van analoog naar digitaal in de fotografie. Wel koestert hij wat goed is: zijn platenspeler uit de jaren zeventig staat nog op zolder en al zijn langspeelplaten zijn ‘krasvrij’. Hij toont met trots zijn Leica camera uit 1974. “Nul komma nul vertekening! Het enige verschil: eerst ging er film in en naderhand kwam er een sensor op de achterwand.”

“We spraken thuis altijd ABN.” Zijn gevoel voor humor verraadt zijn Haagse afkomst. Hij volgde de opleiding tot handzetter/opmaker en fietste na zijn dienstplicht in 1967 dagelijks naar de Haagsche Courant. “Er werd nog met lood gewerkt volgens de oude techniek. Toen ik er wegging werd juist het nieuwe fotografisch zetten geïntroduceerd. De letters kwamen toen met licht op het papier.”

Fotografie

Lex legde zich toe op reproductiefotografie. Na de fotovakschool verdiepte hij zich aan de Fotoacademie Haarlem in creatief gebruik van de technische camera, film- en fotoretouche, airbrush, flitstechniek, industriële- en studiofotografie. In Eindhoven doorliep hij de cursus Grafisch Ontwerp, Elektronische Voorbereiding en DTP. Hij zegt gepassioneerd: “Ik bewonder de foto's van Ansel Adams, Anton Corbijn en Paul Huf en ik houd van de prachtige 'belichting' in het schilderwerk van Rembrandt.”

HBNieuws

Lex verhuisde naar Breda. Zijn vrouw komt uit Teteringen. Ze wonen al bijna veertig jaar in de Haagse Beemden. Alles moest nog gebouwd worden. Heimwee naar Den Haag heeft hij niet: “Het is een fijne en groene stad maar hier is het gemoedelijker.” Bij dagblad De Stem werkte hij mee aan de eerste kleurenuitgave met foto’s van het ballonfiësta: “Alsof je in een lift zit, zo snel als zo’n ballon opstijgt.” Daarna begon hij een eigen ‘prepress’-bedrijfje en verrichtte voorbereidende werkzaamheden voor drukwerk. Voor HBNieuws zet hij zich al bijna twintig jaar in als fotograaf/vormgever. Op de slotvraag wat hij de lezer wil meegeven, gunt hij zijn gedachten even de ruimte. Hij besluit: “Koester je echte vrienden en laat ze ook merken dat je om ze geeft. Ook al zie je sommigen een tijdje niet, bij weerzien is het als vanouds.”