Open voor jou (1) Rein Schalk

GRAAF ENGELBRECHT 30 april 2026 Redactie Leerlingen Graaf Engelbrecht
26042901geopenvoorjou

Een vast onderdeel bij burgerschap voor het vak maatschappijleer is een interview met een persoon uit een andere generatie. Deze gesprekken zijn ontroerend, grappig, leerzaam en bovenal herkenbaar. Het geeft de leerlingen inzicht in de levens van oudere personen (vaak de Opa en Oma) en leert hen op andere wijze te kijken naar de maatschappelijke ontwikkeling. Met heel veel plezier werken de leerlingen aan deze opdracht.

Een interview met de opa van Rein uit Atheneum 6.

De invloed van de Tweede Wereldoorlog

Mijn opa is geboren in 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Daardoor was hij nog erg jong toen de oorlog plaatsvond. Veel dingen kan hij zich niet volledig herinneren, maar sommige gebeurtenissen zijn hem wel bijgebleven. Daarnaast heeft hij ook veel verhalen gehoord van zijn ouders en oudere broers en zussen. Omdat hij tijdens de oorlog nog maar ongeveer twee jaar oud was, beleefde hij de gebeurtenissen vooral als een kind dat niet alles kon begrijpen, maar wel de angst en spanning voelde die er in die tijd was. Hij vertelt dat ze thuis vaak bang waren wanneer er Duitse soldaten in de buurt waren. Soms kwamen deze soldaten met een jeep of vrachtwagen het erf op rijden. Zijn familie had paarden en daarom waren ze bang dat de Duitsers de paarden zouden meenemen.

Wanneer de Duitsers in de buurt kwamen, probeerde het gezin zich soms te verstoppen. Op het erf lagen grote stapels stro, die in bundels waren gebonden en opgestapeld. Bovenop lag vaak een soort dakje om het stro droog te houden. Wanneer er gevaar dreigde, kropen mijn opa en zijn familie soms tussen het stro zodat ze niet gezien zouden worden. Ook herinnert mijn opa zich de V1-raketten die in die tijd over het gebied vlogen. Deze raketten maakten een duidelijk herkenbaar geluid wanneer ze door de lucht gingen. Mensen konden ze vaak al van ver horen aankomen. Maar het gevaarlijke moment kwam wanneer het geluid ineens stopte. Dat betekende namelijk dat de motor van de raket was uitgevallen en dat de raket naar beneden zou vallen. Op dat moment moest iedereen zo snel mogelijk een veilige plek zoeken.

Bij het huis van mijn opa is ook een V1-raket gevallen, op een paar honderd meterafstand. Gelukkig raakte daarbij niemand uit zijn familie gewond. Toch maakte zoiets natuurlijk veel indruk op mensen die daar in de buurt woonden.

De raketten waren eigenlijk bedoeld om Antwerpen te bombarderen, maar soms vielen ze eerder neer. Daardoor kwamen ze ook terecht in gebieden dichter bij de grens met Nederland. In de omgeving van mijn opa zijn ook mensen omgekomen door zo’n raket. Een neef uit de familie is bijvoorbeeld getroffen door een V1-raket terwijl hij op een paard reed. Hoewel mijn opa zelf nog klein was, had de oorlog wel een grote invloed op zijn gevoel van veiligheid. Hij vertelt dat hij na de oorlog nog lange tijd last had van angst. Hij had vaak angstige dromen en voelde zich soms alleen veilig wanneer hij tussen zijn vader en moeder in kon liggen. Dat gaf hem het gevoel dat hij beschermd was.

Toch werd er thuis niet veel over de oorlog gesproken. In veel gezinnen was dat in die tijd zo.

Mensen probeerden vooral weer verder te gaan met hun leven. Mijn opa vertelt dat zijn broers na de oorlog gewoon weer op het land gingen werken. Het dagelijkse leven ging dus langzaam weer verder zoals voorheen.

Schooltijd

Toen mijn opa ouder werd, ging hij naar school in Breda. In die tijd zag het onderwijssysteem er anders uit dan tegenwoordig. Mijn opa ging eerst naar de ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs). Dit was een schoolniveau dat later ongeveer te vergelijken werd met de MAVO. Op deze school kreeg hij verschillende vakken, maar hij merkte al snel dat hij vooral interesse had in techniek. Na het afronden van de ULO besloot mijn opa daarom verder te studeren aan de MTS (Middelbare Technische School). Op deze school leerde hij veel over technische onderwerpen, zoals het ontwerpen van machines en technische tekeningen maken. Dat was in die tijd belangrijk werk, omdat veel bedrijven bezig waren met het ontwikkelen en bouwen van nieuwe machines. Tijdens zijn opleiding moest mijn opa ook praktijkervaring opdoen, bijvoorbeeld door stage te lopen bij bedrijven. Dat was een belangrijk onderdeel van de opleiding, omdat je daar leerde hoe het werk er in de praktijk uitzag.

Maagoperatie

Tijdens zijn stage gebeurde er echter iets onverwachts. Op een dag voelde mijn opa zich tijdens het werk plotseling heel slecht. Hij werd bleek, voelde zich misselijk en had veel pijn. Zijn collega’s merkten dat het niet goed met hem ging. Omdat de situatie ernstig was, werd er een ambulance gebeld. Mijn opa werd naar het ziekenhuis in Breda gebracht. Daar ontdekten de artsen dat zijn maag was gesprongen. Dat was een gevaarlijke situatie en daarom moest hij meteen geopereerd worden. Na de operatie moest hij een lange tijd herstellen. Hij lag ongeveer vijf tot zes weken in het ziekenhuis. Dat was een moeilijke periode, omdat hij nog jong was en plotseling met een ernstige medische situatie te maken kreeg. Maar daarmee was het nog niet helemaal voorbij. Kort na de eerste operatie bleek dat er een complicatie bij de wond was ontstaan. Er was zogenoemd ‘wild vlees’ ontstaan, waardoor hij opnieuw geopereerd moest worden. Deze operaties hadden een grote invloed op zijn gezondheid. Sinds die tijd heeft mijn opa altijd een gevoelige of zwakkere maag gehouden.

Het begin van zijn carrière

Na zijn opleiding begon mijn opa uiteindelijk te werken bij een bedrijf in Etten-Leur. Dit bedrijf hield zich bezig met het ontwerpen en bouwen van machines voor de natuursteenindustrie. In de natuursteenindustrie worden materialen zoals graniet, marmer en andere steensoorten gebruikt voor bijvoorbeeld aanrechtbladen, vloeren en bouwmaterialen. Om deze harde stenen te kunnen bewerken, zijn speciale machines nodig. Mijn opa werkte op de tekenkamer van het bedrijf. Op een tekenkamer werden technische ontwerpen gemaakt. Dat gebeurde in die tijd nog met potlood, liniaal en grote tekenvellen. Computers bestonden toen nog niet. Zijn werk bestond uit het ontwerpen en tekenen van machines. Wanneer een klant een bepaalde machine nodig had, ging eerst een vertegenwoordiger van het bedrijf naar de klant toe om te bespreken wat er precies nodig was. Daarna kwam die vertegenwoordiger terug naar het bedrijf en vertelde aan de mensen op de tekenkamer wat de klant wilde. Mijn opa en zijn collega’s moesten dan bedenken hoe zo’n machine gebouwd kon worden. Ze maakten technische tekeningen en plannen voor de fabriek.

Het bedrijf waar mijn opa werkte groeide steeds verder. De machines die ze maakten waren erg gespecialiseerd en werden gebruikt door bedrijven in verschillende landen. Daardoor kreeg het bedrijf klanten over de hele wereld. Vertegenwoordigers reisden naar andere landen om de machines te verkopen. Wanneer een klant een machine bestelde, moest de tekenkamer een ontwerp maken dat precies paste bij de wensen van die klant. De machines die het bedrijf maakte waren ook erg duur. Sommige machines kostten ongeveer 76.000 gulden, terwijl andere machines zelfs meer dan 100.000 of 150.000 gulden konden kosten. In die tijd was dat een enorm bedrag.

Vrije tijd in de jeugd van mijn opa

In de tijd dat mijn opa jong was, hadden kinderen veel minder vrije tijd dan tegenwoordig. Dat kwam omdat er thuis vaak veel werk moest gebeuren. Kinderen hielpen bijvoorbeeld mee met werk op het land, in de tuin of bij de dieren. Daardoor bleef er niet veel tijd over voor hobby’s of ontspanning. Toch waren er soms momenten waarop jongeren iets leuks konden doen. Op zaterdagavond gingen jongeren soms naar een sportclub of een zaal waar ze konden sporten of dansen. Dat was voor veel jongeren een belangrijke sociale activiteit. Mijn opa heeft vroeger ook gevoetbald. Dat gebeurde meestal op zondagmiddag. Echt trainen deden ze niet vaak. Ze kwamen vooral samen om een wedstrijd te spelen of gewoon te voetballen voor plezier. Sport was dus wel aanwezig in het leven van jongeren, maar het speelde een minder grote rol dan tegenwoordig.

Hoe de samenleving veranderd is

Als mijn opa terugkijkt op zijn leven, ziet hij dat de samenleving veel veranderd is. Toen hij jong was, hadden mensen vaak minder geld en minder spullen. Tegelijkertijd waren mensen soms ook meer gewend om elkaar te helpen. Veel mensen werkten hard en waren tevreden met wat ze hadden. Tegenwoordig is er volgens hem veel meer technologie en luxe. Mensen hebben smartphones, computers en allerlei apparaten die vroeger niet bestonden. Ook reizen mensen tegenwoordig veel vaker naar het buitenland. Op het gebied van werk is er ook veel veranderd. Toen mijn opa begon te werken, werden veel dingen nog met de hand gedaan. Op de tekenkamer werden machines bijvoorbeeld met potlood en liniaal getekend. Tegenwoordig gebeurt dat allemaal met computers en speciale ontwerpprogramma’s. Ook bedrijven zijn veranderd. Bedrijven zijn groter geworden en werken vaak internationaal. Dat zag mijn opa ook bij het bedrijf waar hij werkte, omdat hun machines uiteindelijk over de hele wereld verkocht werden.

Dromen en wensen

Mijn opa vertelde dat hij altijd veel interesse heeft gehad in ruimtevaart. Hij vindt het bijzonder hoe mensen raketten kunnen bouwen en naar de ruimte kunnen sturen. Zijn droom zou zijn om ooit een echte raketlancering te zien. Hij zou zelf niet per se mee de ruimte in willen, maar hij zou het geweldig vinden om zo’n lancering van dichtbij mee te maken. Daarnaast zou hij het ook leuk vinden om nog eens naar een warm land op vakantie te gaan. Vroeger ging hij bijvoorbeeld wel eens naar Spanje, maar dat is inmiddels al lang geleden.