Open voor jou (2) Storm van de Werken

GRAAF ENGELBRECHT 6 mei 2026 Redactie Leerlingen Graaf Engelbrecht
26050601stormvandewerkenge

Een vast onderdeel bij burgerschap voor het vak maatschappijleer is een interview met een persoon uit een andere generatie. Deze gesprekken zijn ontroerend, grappig, leerzaam en bovenal herkenbaar. Het geeft de leerlingen inzicht in de levens van oudere personen (vaak de Opa en Oma) en leert hen op andere wijze te kijken naar de maatschappelijke ontwikkeling. Met heel veel plezier werken de leerlingen aan deze opdracht. Een interview met de opa van Storm uit Atheneum 6.

Opa is een van de meest betrokken personen in mijn leven. Hij helpt mij met school, ik heb een tijdje samen met hem gewerkt en hij staat altijd langs de zijlijn bij mijn wedstrijden. Genoeg redenen dus om mijn laatste opdracht voor maatschappijleer met hem samen te doen. In de auto naar de training heb ik al honderden verhalen gehoord maar het leek mij een goed idee om samen eens te gaan zitten en gesprek te voeren over zijn jeugd.

Gerard van Vlimmeren is 77 jaar oud en geboren in het dorp Hoeven in Noord-Brabant. Hij groeide op in een groot gezin met acht kinderen: twee meisjes en zes jongens. In die tijd was het heel normaal dat gezinnen groot waren en dat kinderen al jong mee moesten helpen in het huishouden of moesten gaan werken.

Jeugd en gezin

Mijn opa groeide op in een tijd waarin het leven een stuk eenvoudiger maar ook zwaarder was. Omdat het gezin zo groot was, moest iedereen zijn steentje bijdragen. Er was niet veel geld, dus werken en helpen was belangrijk.

Als kind had mijn opa weinig vrije tijd. Veel van zijn tijd ging op aan school en aan werk. In vakanties werkte hij bijvoorbeeld vaak bij boeren in de buurt. Daar plukte hij erwten of aardbeien. Dat was zwaar werk, maar het was normaal in die tijd dat kinderen in vakanties gingen werken om geld te verdienen of om te helpen.

Naast dat werk moest hij thuis ook helpen met allerlei klusjes. Daardoor bleef er weinig tijd over voor ontspanning of hobby’s.

Schooltijd

Mijn opa heeft de basisschool afgerond, maar hij vertelt dat hij zich daar niet heel veel meer van herinnert. Zijn favoriete vak was rekenen. Dat vond hij leuk omdat het duidelijk was en hij er goed in was.

Na de basisschool moest hij nog een tijdje terug naar school, omdat hij officieel nog niet oud genoeg was om volledig te gaan werken. In die tijd moest je namelijk een bepaalde leeftijd hebben voordat je mocht stoppen met school. Uiteindelijk werd hij zelfs van school gestuurd omdat hij eigenlijk al klaar was met school en niet meer echt iets nieuws leerde.

Toen hij 13 jaar oud was begon hij al met werken. Tegenwoordig is dat bijna niet meer voor te stellen, maar vroeger gebeurde dat veel vaker.

Eerste banen

De eerste baan van mijn opa was straatmaker. Deze baan had hij niet zelf gekozen. Zijn vader regelde waar hij ging werken. Tot zijn 18e bepaalde zijn vader eigenlijk welke banen hij kreeg. Dat was toen heel normaal, omdat ouders wilden dat hun kinderen geld verdienden en een vak leerden.

Straatmaken was zwaar werk. Hij moest veel stenen tillen en straten leggen. Daarna werkte hij ook in de bouw, waar hij onder andere blokken moest lijmen en metselen.

Toen hij 18 jaar werd kreeg hij meer vrijheid. Hij kon toen bijvoorbeeld een busje gebruiken voor transportwerk. Ook werkte hij in steenfabrieken. Daar werd vaak op stukloon gewerkt. Dat betekent dat je betaald kreeg per stuk dat je maakte. Dus hoe meer stenen je maakte, hoe meer geld je verdiende. Dat zorgde ervoor dat mensen hard werkten.

Dakdekker

Later in zijn leven heeft mijn opa lange tijd als dakdekker gewerkt. Dat was zwaar maar belangrijk werk. Als dakdekker werkte hij vaak hoog op gebouwen en moest hij daken repareren of nieuwe daken leggen. Het werk was fysiek zwaar en soms ook gevaarlijk, vooral omdat je op hoogte werkte en vaak buiten in verschillende weersomstandigheden moest werken.

Toch heeft hij dit werk heel lang gedaan. Hij was iemand die hard werkte en doorzette. In die tijd was het belangrijk om een stabiele baan te hebben en voor je gezin te kunnen zorgen.

Sport en vrije tijd

Hoewel hij in zijn jeugd weinig vrije tijd had, deed mijn opa wel aan sport. Hij voetbalde toen hij jong was. Dat was een van de weinige sporten die veel jongeren toen deden.

Toen hij 22 jaar oud was moest hij in militaire dienst. In die tijd was dat verplicht voor mannen. Mijn opa vond deze periode eigenlijk best leuk. Ze oefenden vaak in het bos en leerden allerlei dingen. Daarnaast was er ook vrije tijd op de kazerne. Daar konden ze kaarten, spelletjes spelen en soms een biertje drinken in de bar.

Hij vertelde dat hij daar eigenlijk voor het eerst echt voelde dat hij wat meer vrijheid had. Daarom zegt hij zelf dat hij daar “Eigenlijk pas begon te leven”.

Wielrennen

Na zijn militaire dienst begon mijn opa met wielrennen. Dat bleek een sport te zijn waar hij erg goed in was. Hij deed mee aan verschillende wedstrijden en won er heel veel. Hij had er duidelijk talent voor.

Wielrennen was voor hem niet alleen een sport, maar ook een manier om nieuwe mensen te ontmoeten. Door de wedstrijden kwam hij in contact met veel verschillende mensen uit andere plaatsen.

Het gaf hem ook een gevoel van vrijheid dat hij vroeger minder had gehad, omdat hij als kind vooral moest werken.

Verschillen tussen vroeger en nu

Volgens mijn opa is het grootste verschil tussen vroeger en nu dat jongeren tegenwoordig veel meer vrijheid hebben.

Toen hij jong was, hadden kinderen vaak minder keuzes. Veel jongeren moesten al vroeg werken en konden niet altijd zelf kiezen wat ze wilden doen. Sportmogelijkheden waren ook beperkter. Veel jongeren speelden eigenlijk alleen voetbal.

Tegenwoordig zijn er veel meer sporten en hobby’s waar jongeren uit kunnen kiezen. Ook kunnen jongeren makkelijker nieuwe mensen ontmoeten, bijvoorbeeld via school, sportclubs of internet.

Vroeger waren contacten vaak beperkt tot mensen uit je eigen straat of dorp. Nu kun je met mensen van overal contact hebben.

Zijn leven nu

Tegenwoordig brengt mijn opa graag tijd door met zijn familie. Hij vindt het leuk om met zijn kleinkinderen dingen te doen. Bijvoorbeeld meegaan naar voetbalwedstrijden of samen praten over vroeger.

Hij kijkt met tevredenheid terug op zijn leven. Hoewel het soms zwaar was, heeft hij hard gewerkt en veel meegemaakt.

Advies aan jongeren

Mijn opa heeft ook advies voor jongeren van nu. Hij vindt het belangrijk dat jongeren goed studeren en hun kansen gebruiken. Vroeger had hij die mogelijkheden minder.

Ook zegt hij dat jongeren geen gekke dingen moeten doen en beter weg kunnen blijven van drugs. Volgens hem is het belangrijk om goede keuzes te maken en later een goede baan te vinden.

Als hij advies zou mogen geven aan zijn 18-jarige zelf, zou hij zeggen: “Ga zo door, je doet het goed.”

Hij is uiteindelijk blij met hoe zijn leven is gelopen en kijkt er met trots op terug.