Mijn oma groeide op in een gezin, met twee oudere zussen, waar ze veel tijd met haar ouders doorbracht. Ze kon met haar oudste zus het beste opschieten. In haar vrije tijd speelde ze vooral buiten, omdat er destijds nog geen mobieltjes waren.
Afspraken om te spelen werden op een andere manier gemaakt dan tegenwoordig. In plaats van een berichtje te sturen via de telefoon, liep ze gewoon naar het huis van een vriendin toe, of soms sprak ze van tevoren op school waar en wanneer ze elkaar zouden treffen. Dit ging heel gemakkelijk en spontaan. Mijn oma vindt zoals het nu gaat met de mobiele telefoons, maar lastig allemaal.
Het valt oma op dat kinderen tegenwoordig veel tijd hebben voor allerlei hobby's. Vroeger was dat anders. Er moesten vaak klusjes in huis gedaan worden. Oma hielp haar moeder veel met huishoudelijk werk. Daar heeft ze geen fijne herinneringen aan. Als ze geen klusjes had thuis, dan deed zij haar huiswerk voor school. Maar wanneer er vrije tijd was, dan ging zei zoveel mogelijk buiten spelen. Populaire spelletjes waren bijvoorbeeld tikkertje, knikkeren en touwtje springen. Mijn oma zegt dat ze zelf een bepaalde periode veel heeft gehoepeld met haar vriendinnen. Vergeleken met nu werd er vroeger veel meer buiten gespeeld. Nu zit iedereen achter de mobieltjes en de schermpjes.
Sport speelde een belangrijke rol in de jeugd van mijn oma, al werd het destijds niet zo serieus genomen als tegenwoordig. Ze ging op turnen bij gymnastiekvereniging, een keuze die deels werd beïnvloed door de andere meisjes in haar klas. Destijds waren er minder sportmogelijkheden dan nu, en turnen was een van de weinige opties voor meisjes. Voor jongens was voetbal de meest populaire sport, terwijl meisjes vaker voor turnen of dansen kozen.
Oma zegt dat het sporten vooral plezierig was. Het was een leuke manier om in beweging te blijven. In tegenstelling tot nu, waar sport soms bijna een carrière lijkt te worden. Er was vroeger minder druk om te presteren op hoog niveau. Zelf heeft ze niet zo heel lang op turnen gezeten. Ze deed het vooral om samen met haar vriendinnen tijd door te brengen.
Een groot verschil met nu is dat sporten op zondag destijds niet vanzelfsprekend was. Mijn oma mocht op die dag niet sporten. Zondagen werden vaak gezien als rustdagen, waarop gezinnen samen tijd doorbrachten en naar de kerk gingen. De ouders van mijn oma gingen niet naar de kerk, maar ze vonden het belangrijk om thuis te blijven en uit te rusten op de zondagen.