Open voor jou - Anna de Bruijn

GRAAF ENGELBRECHT 9 juli 2026 Redactie Leerlingen Graaf Engelbrecht
26070801annadebruijn1

Een vast onderdeel bij burgerschap voor het vak maatschappijleer is een interview met een persoon uit een andere generatie. Deze gesprekken zijn ontroerend, grappig, leerzaam en bovenal herkenbaar. Het geeft de leerlingen inzicht in de levens van oudere personen (vaak de Opa en Oma) en leert hen op andere wijze te kijken naar de maatschappelijke ontwikkeling. Met heel veel plezier werken de leerlingen aan deze opdracht. Vandaag: Een interview met oma van een vriendin van Anna uit Havo 5: “Ik ben voor het geluk geboren”

26070801annadebruijn2

Opgroeien als kind in de oorlog

Wat is uw naam?

Hetty van der Leede.

Wat is uw geboortedatum?

30 mei 1935 (90 jaar oud).

Waar bent u geboren?

Den Haag, Nederland.

Heeft u een oorlog meegemaakt, en zo ja, denkt u er nog vaak terug?

“Ja, wat ik heel vervelend vind, maar als er vliegtuigen laag overkomen. Want dat gebeurde in de oorlog natuurlijk ook. En dan werd er een wijk, die heette een bezuiden hout, dat werd gebombardeerd. En wij speelden buiten en dan moesten we natuurlijk gauw binnenkomen, want het was ja 5 km verderop. Maar ja, als er gebombardeerd werd, moest je toch wel binnenkomen natuurlijk.”

Zijn er nog bepaalde herinneringen die u heeft als u terugdenkt aan de oorlog?

“Jazeker, want in de stad was honger en wij hadden honger in de oorlog. Ontbijten deden we niet. Ik heb een broer en een zus Mijn broertje was jong en mijn zus is ouder, en dan gingen we s ’morgens bij mijn vader en moeder in bed en dan gingen we lucht happen. En nou dan hoefden we niet te ontbijten, want er was geen eten, heel weinig eten.

En bij ons in de straat was een gaarkeuken, heette dat. En daar kon je dan elke dag een pan eten halen voor ons, dan voor 5 personen, maar ik stond in de rij voor de buren. Die mensen hadden geen kinderen en ik was daar vaak. Andere buurjongens die schepten op in die gaarkeuken en als dan iedereen geweest was, dan mochten m’n zus en ik nog terugkomen en dan mochten we die kitten nog uitschrappen, en dan haalden we nog helemaal een steelpannetje eten eruit.”

Herinnert u zich nog de dag van bevrijding en hoe was dat voor u?

“Ja, want wij lagen al in bed en toen ineens werden wij wakker gemaakt, het is vrede, en toen zijn we naar buiten gegaan. En ja, hier was onze straat, en dan moesten we een zijstraat in en daarachter was een grote weg, daar reed de tram. En op de rails van die tram werd een vuur gestookt. Waar ze het hout vandaan haalden weet ik eigenlijk niet, want dat hadden we eigenlijk niet. Mijn vader heeft ook heggetjes omgezaagd om hout te hebben om op een heel klein kacheltje, dat heette een majo. Daar moest je eten op koken, maar wat we dan hadden, suikerbieten. maar toen was er een vuur, en we stonden daar om heen en iedereen blij natuurlijk en ineens kwam er een Duitse auto aan, ja ze schoten niet ofzo, maar iedereen schrok dus iedereen stoof uit elkaar weer heel gauw naar huis. Want ja, we dachten: we zijn wel bevrijd, maar je weet niet wat ze gaan doen, hè.”

Was u dan ook blij of nog steeds wel bang dat er iets kon gebeuren?

“Nee, ja, we waren blij.”

Hoe heeft de oorlog invloed gehad op uw jeugd?

“Nou ja, kijk, vroeger was een kind van negen jaar heel anders dan een kind van nu van negen jaar. En ik vroeg ook nooit wat. Mijn zus is anderhalf jaar ouder en die wilde altijd alles weten. Daarna was het eten nog wel een poos op de bon, dat wel. Maar bijvoorbeeld het eten van de gaarkeuken dat was waterige soep. Of wat ik me heel goed herinner was een bietenstamppot, maar dat was aardappelen met biet, maar dat was heel licht roze, dus het was meer aardappelen dan biet. En hier en daar zat er dan een heel klein, bruin stipje, en dan zeiden wij: dat is het vlees. En op een moment kregen we tulpenbollen. Nou, ik vond het heerlijk. Die werden geroosterd, want olie was er niet meer, dus die ging in een koekenpannetje en dan op dat kleine kacheltje. En dat was gewoon een rond blik eigenlijk met luchtgaatjes d’r in en dan kon je daar papier in doen en een beetje takjes als je die had. Suikerbieten moesten geraspt worden, die gingen dan koken, en d’r stroop uit. en dan van die pulp werd er de pap gekookt met water en dan kon die stroop eroverheen en dan smaakte het toch nog. Dat hadden we dus ook.”

26070801annadebruijn3

Familie

Hoe groot was uw familie waarmee u bent opgegroeid?

“Nou, vader, moeder, een oudere zus en een jongere broer en ik. Met z’n vijven dus.”

Was uw familie gelovig, en zo ja, bent u nog steeds gelovig?

“Nee en nee, ik ben wel naar zondagsschool geweest. Mijn kinderen ook, de twee oudste. En ik vond de verhalen mooi en het zingen vond ik leuk en dan mocht je een tekening maken over het verhaal, dat vond ik geweldig. Maar het echte geloof, dat heb ik niet, dat moet je voelen, dat heb ik niet.”

Hoe was de band met uw familie, en hoe is die nu?

“Heel goed, ja. Mijn oma, die woonde in Haarlem, maar mijn oma kwam het moment in de hongerwinter 1944-1945 bij ons. Maar zij had thuis nog hangen een zakje rijst en een zakje bruine bonen. En toen is mijn vader gedeeltelijk te voet, een stukje op een bakfiets en een stukje met een blauwe tram naar Haarlem gegaan. Toen heeft hij die zakjes met bonen en rijst meegenomen. Terug ook weer stukjes met die tram, gelopen en toen kwam die bij ons voor de deur en toen zakte die in elkaar, want hij was natuurlijk al heel vermagerd maar hij dacht als we die bonen en rijst hebben dan hebben we weer wat te eten. Dus ja, dat heeft ook wel indruk gemaakt op mij, want toen had mijn vader zoveel blaren. En dat is z’n geluk geweest, want anders was die meegenomen door de Duitsers. Maar omdat die voeten helemaal openlagen hoefde die niet mee.”

Hoe en wanneer heeft u uw echtgenoot ontmoet?

“Op het moment had ik een gitaar en toen ging ik op gitaarles, maar ik wilde Spaans gitaar leren, hè, dat je echt de melodie speelt. Maar de leraar zei: je moet eerst akkoorden leren en daarbij moet je zingen. Ja, ik was verlegen, dus ik durfde niet te zingen, niet bij die man. En wat toen mijn schoonzus is geworden die was ook op gitaarles en die die durfde ook niet te zingen, dus zei die leraar Ik nodig jullie samen uit en dan kunnen jullie samen spelen en toen durfden we natuurlijk wel. Nou, toen zijn wij vriendinnen geworden en zodoende ben ik met de broer van die vriendin uiteindelijk getrouwd.”

Hoe oud was u toen u uw man ontmoette?

“Even denken, ik was 27 toen we trouwden, 25 was ik. We zijn maar een jaar verloofd geweest en toen zijn we eigenlijk sneller getrouwd, omdat een vriendin van mij die woonde op kamers en die kreeg een huis, die was ook getrouwd, en toen konden wij die kamers huren alleen. Toen was het een kamer, maar met een eigen keuken en gebruik van douche en toilet. Dus de eerste tijd woonden we op een kamer en dat was heel koud, want dat was de winter van 1962-1963 en toen vroor het zo verschrikkelijk dat het schuim van de golven bevroor. En toen had ik dat kacheltje zo hard gestookt dat de hele binnenpot kapot was. Maar dan ging Mart (echtgenoot) naar z’n werk en dan was de kachel weer uit. Nou, toen ging ik naar mijn moeder of mijn schoonmoeder, want daar was het warm.”

Heeft u zelf kinderen en/of kleinkinderen?

“Ja, drie kinderen en zes kleinkinderen.”

26070801annadebruijn4

Onderwijs

Wat voor onderwijs heeft u gevolgd vroeger?

“Of ik op de kleuterschool heb gezeten, weet ik niet meer. Mijn lagere school, in de 4e en een deel van de 5e klas had ik geen school. Want de Duitsers zaten in onze school. En toen op een moment hadden we halve dagen school. Want dan moesten we een heel eind lopen naar een andere school en dan hadden wij ‘s morgens school en die kinderen die daar op school zaten ‘s middags. Maar op een moment was er helemaal geen school meer en dan we huiswerk halen bij iemand thuis en dan kreeg je huiswerk op en na een week kon je dat dan weer inleveren, maar je had er natuurlijk geen uitleg bij.“

Heeft u daarna nog middelbare school gedaan?

“Ja, daarna heb ik de mulo gedaan. En toen heb ik huishoudkundige voor inrichtingen gedaan en daarvan uit ben ik diëtiste geworden. Vroeger kon je alleen maar diëtiste worden om eerst kooklerares te worden zegmaar. Maar toen hadden ze bedacht als je huishuidkundige voor inrichting was, dan had je ook al een half jaar stage gelopen in een ziekenhuiskeuken. En toen kon ik in de diëtiste opleiding en dat was dan twee jaar. “

Is er nog een bepaalde baan die u had willen doen als daar de mogelijkheid voor was geweest?

“Dan zou ik bijvoorbeeld in een tuincentrum willen werken, want eigenlijk toen ik de mulo had gedaan. Toen wilde ik naar de tuinbouwschool voor meisjes. Maar dat kon niet, want dan moest je 18 jaar zijn en ik was 16. En toen was het al augustus en toen zeiden mijn ouders: misschien een jaartje huishoudschool, misschien is dat wat. En dat heb ik toen gedaan en dat vond ik ook heel leuk en leerzaam.”

26070801annadebruijn5

Feminisme en vrouw zijn vroeger

Weet U iets over feminisme?

“Ja, nou, ik ben niet van de Dolle Mina’s geweest. En ik moet zeggen dat ik in die dingen ook niet zo geïnteresseerd was. Dus daar kan ik eigenlijk niet veel over vertellen.”

Heeft u verder nog dingen mee gekregen erover, wat er in die tijd daarmee gedaan werd?

“Nou, dat vind ik heel moeilijk, want dat weet ik eigenlijk niet. Ik weet natuurlijk wel, dat is nu nog steeds als vrouwen hetzelfde werk doen als mannen. De mannen krijgen altijd meer betaald, maar in mijn tijd waren er misschien wel, ik denkt toen iets van 100 diëtistes over het hele land en er was 1 man die diëtist werd, want dat weet ik nog van dag dat je landelijk naar zo’n dag kon. Dat was natuurlijk al in zegmaar 1955, 1956, dus dat was natuurlijk al een poosje na de oorlog. “

Wat vind u ervan dat vrouwen nu nog steeds voor hun zelf op moeten komen (meer dan mannen)?

“Ik vind wel dat vrouwen gelijke rechten moeten hebben, maar er zijn natuurlijk vrouwen die ook echt willen werken. Maar in mijn tijd, vriendinnen van mij die getrouwd zijn, die gingen eigenlijk niet werken. Ik ben hier natuurlijk al heel snel met vrijwilligerswerk begonnen, en ik hoefde ook niet echt te werken, want ja, mijn man verdiende genoeg om voor ons te zorgen. En ik persoonlijk had ook niet zo’n idee dat ik dat erg vond dat ik mijn eigen geld niet verdiende, maar in die tijd waren er natuurlijk wel mensen die dat vonden. En nu is dat natuurlijk na zoveel jaar veel meer geworden. Dat de vrouwen zeggen ik wil mijn eigen geld verdienen. Maar ja, ik zorgde voor de kinderen en voor de dieren, want we hadden allerlei soorten dieren en een hond en die moest uitgelaten worden. En ja, toen had ik al heel gauw hier dan een groentetuin en daar was ik ook druk mee. Dus ik kwam altijd tijd tekort, maar vrouwen die geen kinderen kregen, dan kan ik me voorstellen dat die graag wilde werken, want je wilt dan ook wel andere mensen zien natuurlijk.”

Zijn er verder nog ‘beperkingen’ als vrouw zijnde bijvoorbeeld op school?

“Ik zat op een mulo, dat was ooit een meisjesmulo geweest, dus wij hadden meer meisjes in de klas dan jongens. Van lieve lee werd dat dan wel gemengd.

Nou, bij de diëtistenopleiding waren alleen maar dames, alleen maar meisjes en jonge vrouwen dus. En in een ziekenhuis was het overgrote deel natuurlijk allemaal verpleegkundigen, er waren wel een paar broeders, maar ja, die waren op de mannen zaal. Hele grote zalen van 24 mensen op een zaal. En dan moest ik bij iemand zijn voor een dieet. Dat vond ik wel eng. Dan moest ik naar zon grote zaal, en dan kom je daar als jonge vrouw en dan heb je natuurlijk allemaal van die mannen. Maar dan kreeg je wel allerlei opmerkingen en dan dacht ik niet reageren en gauw doorlopen. Tegenwoordig zijn de mensen veel bij de hand, die hebben gelijk een weerwoord, maar dat had ik niet. Dus dat vond ik dan wel een beetje eng. We mochten ook geen blote benen en dan was het hartstikke warm en dan deden we onze panty uit natuurlijk, maar als de hoofd van huishouding dat zag, panty aan!”

26070801annadebruijn6

Het heden

Wat vond u van de start van de digitale revolutie?

“Daar heb ik me eerst heel afzijdig van gehouden. Maar ja, op een moment met bepaalde dingen moet je mee. Ik heb nog altijd problemen met de computer, ik heb ook nooit een cursus gehad, want de cursussen die gegeven worden, dat gaat allemaal op een pc. En als ik een probleem heb, moet ik wachten op Beanne (dochter) of Winky (dochter). “

Is er nog iets wat u met uw (klein)kinderen samen wil doen?

“Wij hebben jaren een groot huis gehuurd dat we met alle kinderen en kleinkinderen d’r heen gingen, in België of Duitsland meestal. En dat zou ik best nog een keer willen doen, maar dan moet mijn zoon dat regelen. Kijk, mijn man regelde dat, maar dat kan dus niet. Maar dat zou ik wel heel fijn vinden.”

Zijn er dingen uit het verleden die u mist en graag terug zou willen brengen?

“Ja, ik weet het niet, ik zeg, ik ben voor het geluk geboren, want wat ik nu dus met m’n kinderen drie dagen weggeweest ben. Ik heb kunnen lopen, ik heb kunnen klimmen, ik heb kunnen dalen, ik heb in de steden gelopen. En nu 1,5 jaar geleden een hartinfarct, en ik doe het allemaal weer. En ik zeg altijd: ik ben voor het geluk geboren, want mijn vrienden zijn allemaal jonger, maar de ene kan niet meer lopen, de andere twee kunnen bijna niet meer lopen en nou ja. Ik zeg: ik ben op Hemelvaartsdag geboren. Dus ik zeg: ik ben een geluksmens.”

26070801annadebruijn7

Zijn er nog grote verschillen die u nu ziet tussen nu en het verleden?

“Ja, de omgangsvormen. Je dacht toch niet dat wij vroeger, als je bij de bus stond te wachten als eerste gingen instappen als er oudere mensen stonden? Nou, ze vliegen allemaal de bus in, ook al heb ik er als eerste gestaan. En de mensen hebben ook gauw een oordeel klaar. Ze zeggen van alles tegen elkaar. Ik heb er niet zo last van, maar ik weet dat het zo is. Dat vind ik wel jammer. En ook het taalgebruik. We hebben in Nederland de Nederlandse taal. Met lelijke woorden en vloeken. Dat is van alle tijden geweest, maar het is ook jammer dat de Nederlandse taal aan het verdwijnen is, want mensen spreken niet meer over hun kinderen, maar over hun kids en ik ga niet winkelen, want ik ga shoppen. Ik kan niet zo gauw meer dingen opnoemen, maar het is wel zo. Dus de Nederlandse taal gaat een beetje verdwijnen en dat vind ik jammer, want wij zijn Nederlanders.”