Opgroeien als kind in de oorlog
Wat is uw naam?
Hetty van der Leede.
Wat is uw geboortedatum?
30 mei 1935 (90 jaar oud).
Waar bent u geboren?
Den Haag, Nederland.
Heeft u een oorlog meegemaakt, en zo ja, denkt u er nog vaak terug?
“Ja, wat ik heel vervelend vind, maar als er vliegtuigen laag overkomen. Want dat gebeurde in de oorlog natuurlijk ook. En dan werd er een wijk, die heette een bezuiden hout, dat werd gebombardeerd. En wij speelden buiten en dan moesten we natuurlijk gauw binnenkomen, want het was ja 5 km verderop. Maar ja, als er gebombardeerd werd, moest je toch wel binnenkomen natuurlijk.”
Zijn er nog bepaalde herinneringen die u heeft als u terugdenkt aan de oorlog?
“Jazeker, want in de stad was honger en wij hadden honger in de oorlog. Ontbijten deden we niet. Ik heb een broer en een zus Mijn broertje was jong en mijn zus is ouder, en dan gingen we s ’morgens bij mijn vader en moeder in bed en dan gingen we lucht happen. En nou dan hoefden we niet te ontbijten, want er was geen eten, heel weinig eten.
En bij ons in de straat was een gaarkeuken, heette dat. En daar kon je dan elke dag een pan eten halen voor ons, dan voor 5 personen, maar ik stond in de rij voor de buren. Die mensen hadden geen kinderen en ik was daar vaak. Andere buurjongens die schepten op in die gaarkeuken en als dan iedereen geweest was, dan mochten m’n zus en ik nog terugkomen en dan mochten we die kitten nog uitschrappen, en dan haalden we nog helemaal een steelpannetje eten eruit.”
Herinnert u zich nog de dag van bevrijding en hoe was dat voor u?
“Ja, want wij lagen al in bed en toen ineens werden wij wakker gemaakt, het is vrede, en toen zijn we naar buiten gegaan. En ja, hier was onze straat, en dan moesten we een zijstraat in en daarachter was een grote weg, daar reed de tram. En op de rails van die tram werd een vuur gestookt. Waar ze het hout vandaan haalden weet ik eigenlijk niet, want dat hadden we eigenlijk niet. Mijn vader heeft ook heggetjes omgezaagd om hout te hebben om op een heel klein kacheltje, dat heette een majo. Daar moest je eten op koken, maar wat we dan hadden, suikerbieten. maar toen was er een vuur, en we stonden daar om heen en iedereen blij natuurlijk en ineens kwam er een Duitse auto aan, ja ze schoten niet ofzo, maar iedereen schrok dus iedereen stoof uit elkaar weer heel gauw naar huis. Want ja, we dachten: we zijn wel bevrijd, maar je weet niet wat ze gaan doen, hè.”
Was u dan ook blij of nog steeds wel bang dat er iets kon gebeuren?
“Nee, ja, we waren blij.”
Hoe heeft de oorlog invloed gehad op uw jeugd?
“Nou ja, kijk, vroeger was een kind van negen jaar heel anders dan een kind van nu van negen jaar. En ik vroeg ook nooit wat. Mijn zus is anderhalf jaar ouder en die wilde altijd alles weten. Daarna was het eten nog wel een poos op de bon, dat wel. Maar bijvoorbeeld het eten van de gaarkeuken dat was waterige soep. Of wat ik me heel goed herinner was een bietenstamppot, maar dat was aardappelen met biet, maar dat was heel licht roze, dus het was meer aardappelen dan biet. En hier en daar zat er dan een heel klein, bruin stipje, en dan zeiden wij: dat is het vlees. En op een moment kregen we tulpenbollen. Nou, ik vond het heerlijk. Die werden geroosterd, want olie was er niet meer, dus die ging in een koekenpannetje en dan op dat kleine kacheltje. En dat was gewoon een rond blik eigenlijk met luchtgaatjes d’r in en dan kon je daar papier in doen en een beetje takjes als je die had. Suikerbieten moesten geraspt worden, die gingen dan koken, en d’r stroop uit. en dan van die pulp werd er de pap gekookt met water en dan kon die stroop eroverheen en dan smaakte het toch nog. Dat hadden we dus ook.”