Na droge periode slaat het weer om: ‘Groene tuin helpt tegen droogte én wateroverlast’
Klimaathoogleraar Andy van den Dobbelsteen pleit voor groenere tuinen nu extreme droogte en hevige regen elkaar steeds vaker afwisselen.
Een vast onderdeel bij burgerschap voor het vak maatschappijleer is een interview met een persoon uit een andere generatie. Deze gesprekken zijn ontroerend, grappig, leerzaam en bovenal herkenbaar. Het geeft de leerlingen inzicht in de levens van oudere personen (vaak de Opa en Oma) en leert hen op andere wijze te kijken naar de maatschappelijke ontwikkeling. Met heel veel plezier werken de leerlingen aan deze opdracht. Vandaag: een interview met de oma van Mika uit Havo 5.
Voor deze opdracht heb ik mijn oma geïnterviewd. Over hoe haar leven was toen zij nog mijn leeftijd was. Ik heb dit gemaakt voor het vak maatschappijleer, van mijn vakdocent van der Wulp. Ik wil mijn oma bedanken voor het delen van haar verhaal met mij. En ik wil meneer van der Wulp bedanken voor deze leuke opdracht. Titel: Hoe mijn oma vroeger leefde en hoe zij kijkt naar de wereld van nu.
Mijn oma is geboren op 30 januari 1951. Zelf heeft zij de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt, maar de oorlog was in haar jeugd nog wel heel dichtbij. Dat kwam vooral door de verhalen die ze thuis hoorde. Haar ouders en andere familieleden hadden die tijd wel meegemaakt, en die verhalen bleven hangen. Ze vertelde bijvoorbeeld dat mensen in Breda moesten vluchten toen er gevaar was voor bombardementen. Grote groepen mensen gingen toen richting België en Frankrijk. Sommige families moesten alles lopend doen. Haar vader had nog het geluk dat er een fiets was, waardoor kinderen om de beurt even konden zitten. Aan de kant van haar moeder waren er veel meer kinderen, en daar moest iedereen gewoon lopen. Als je zoiets hoort van je ouders, dan blijft dat natuurlijk in een gezin zitten. Je merkt daaraan dat een oorlog niet opeens voorbij is zodra hij afgelopen is. Voor de generatie daarna leefde het nog steeds door in herinneringen, verhalen en de manier waarop mensen naar veiligheid en onzekerheid keken.
Toen mijn oma jong was, ging school ook heel anders dan nu. Ze begon op de lagere school en zat later in een klas die bedoeld was als voorbereiding op verder onderwijs, zoals de HBS of het gymnasium. Dat klinkt alsof haar schoolloopbaan een duidelijke richting opging, maar uiteindelijk liep dat anders. Ze vertelde dat ze in een klas met heel veel leerlingen zat en dat ze in de puberteit gewoon niet zoveel zin meer had om haar best te doen. Daardoor kreeg ze een huishoudschooladvies. Wat ik daar interessant aan vond, is dat het toen blijkbaar veel sneller vastlag waar je terechtkwam. Nu is er nog vaker een mogelijkheid om later iets te veranderen, door te stromen of opnieuw te kiezen. Bij haar voelde het meer alsof één periode op school al meteen bepaalde hoe de rest van je leven eruit zou zien.
Toch bleef ze wel de behoefte houden om verder te leren. Eerst wilde ze een opleiding doen voor kraamverzorgster, maar door een ongeluk met haar knie mocht ze later geen staand beroep meer doen. Ook dat laat zien hoe afhankelijk je toekomst toen soms was van omstandigheden waar je zelf weinig aan kon doen. Als er iets gebeurde, dan moest je gewoon een andere kant op.
Tegelijk hoor je in haar verhaal ook dat mensen vroeger soms makkelijker gewoon ergens konden beginnen. Er waren personeelstekorten en werkgevers dachten praktischer. Ze kon aan de slag op kantoor, terwijl ze nog niet alles kon. Typen kende ze bijvoorbeeld nog niet goed, maar dat werd haar gewoon geleerd. Ze begon met telefoon opnemen en groeide daar vanzelf verder in.
Later werd dat nog opvallender. Ze vertelde dat ze uiteindelijk het werk van een boekhouder overnam. Eerst wilde ze zelfs weg bij dat bedrijf, omdat ze ruzie had met de boekhouder die daar werkte. Niet lang daarna werd ze teruggevraagd, omdat die man weg was. Toen kreeg zij zijn werk en mocht ze boekhouder worden, terwijl ze daar nog geen officieel diploma voor had. Ze leerde het in de praktijk en ging pas later ervoor studeren. Dat vond ik ergens heel bijzonder, omdat je nu voor bijna alles eerst de juiste papieren moet hebben. Aan de andere kant vertelde ze ook iets wat juist weer heel typerend was voor vroeger: als vrouw kreeg ze niet dezelfde waardering als een man. Ze nam het werk en de klanten van een mannelijke collega over, maar kreeg niet zijn salaris. Dat vond ze toen al oneerlijk, en dat vindt ze nog steeds. Je merkt daardoor dat er in haar tijd misschien wel kansen waren om ergens in te rollen, maar dat de gelijkheid tussen mannen en vrouwen lang niet zo vanzelfsprekend was als nu vaak wordt gezegd.
Dat onderwerp kwam vaker terug. Ze zei ook dat het feit dat ze een vrouw was echt voor beperkingen heeft gezorgd. Niet alleen op werkgebied, maar ook in hoe er naar haar leven gekeken werd. Van vrouwen werd meer verwacht dat ze zich aanpasten. Je moest netjes zijn, je hoorde je op een bepaalde manier te gedragen, en er waren meer regels over wat wel en niet kon. Toen ze jong was en uitging, moest haar rok tot net boven de enkels zijn van haar ouders. Dan ging ze de deur uit en rolde ze die later weer omhoog. Dat soort dingen klinken klein, maar ze laten wel zien hoe streng ouders toen konden zijn. Ook bij relaties waren de regels veel strakker. Haar eerste grote liefde werd eigenlijk door haar moeder tegengehouden. Haar moeder had contact gehad met de moeder van die jongen en daarna werd besloten dat de relatie uit moest. Mijn oma heeft daar veel verdriet van gehad. Dat vond ik wel heftig om te horen, omdat het zo laat zien hoeveel invloed ouders toen konden hebben op het persoonlijke leven van hun kinderen.
De sfeer thuis was sowieso niet altijd makkelijk. Ze groeide op met haar vader, moeder en haar zus. Voor die tijd was dat eigenlijk een klein gezin, want in veel families waren er vroeger meer kinderen. Toch betekende minder kinderen niet meteen meer rust. Ze vertelde dat de relatie met haar moeder moeilijk was en dat er thuis vaak spanning was. Ook met haar zus had ze veel ruzie. Het was niet een warm gezinsbeeld zoals mensen soms romantisch over vroeger praten. Ze zei zelfs dat ze later bewust dacht: ik wil zelf geen twee kinderen, want als er dan ruzie is, heb je meteen bijna niemand meer over. Dat vond ik ergens best verdrietig, omdat je merkt dat die ervaringen uit haar jeugd echt zijn blijven zitten.
Opvallend vond ik ook dat ze veel over haar vader vertelde op een warmere manier. Die haalde ze bijvoorbeeld vaak op, of daar liep ze naartoe tegemoet. Daar zit meer zachtheid in. Over haar moeder sprak ze veel harder. Ze zei ook letterlijk dat ze op een gegeven moment zo snel mogelijk wilde trouwen om het huis uit te kunnen. Dat maakt haar huwelijk ook meteen ingewikkelder. Want toen ze haar latere man leerde kennen, ging alles snel. Ze ontmoetten elkaar tijdens het uitgaan. Binnen een jaar waren ze verloofd, hadden ze zicht op een huis en trouwden ze. Eigenlijk was dat volgens haar te snel. Niet omdat ze hem niet leuk vond, maar omdat je elkaar toen helemaal niet goed kon leren kennen zoals nu. Samen slapen voor het huwelijk mocht niet. Je zag elkaar vooral in het weekend en verder niet echt. Als je dan binnen een jaar trouwt, dan stap je dus heel snel een volwassen leven in zonder eerst echt uit te zoeken of je bij elkaar past. Daarin zie je echt een groot verschil met nu. Tegenwoordig wonen veel stellen eerst samen, proberen het uit en nemen pas later grote beslissingen. Mijn oma ziet dat ook en zegt dat jongeren nu op dat vlak wel meer vrijheid hebben.
Naast de moeilijke kanten van thuis, vertelde ze ook dingen die juist een heel levendig beeld geven van haar jeugd. Ze woonde in een flatgebouw met meerdere gezinnen en daar werd veel gespeeld. Het trappenhuis was overdekt en zat vol glas, en dat was voor kinderen eigenlijk een perfecte plek om samen te zijn. Ze maakten er tenten, legden spullen neer en verzonnen steeds iets nieuws. Ook was er een zwembad van de personeelsvereniging van Shell, omdat haar vader daar werkte. In de zomer gingen ze daarheen en zaten ze er bijna de hele dag. Als ik dat hoor, krijg ik wel een beeld van een jeugd waarin kinderen veel zelfstandiger buiten waren. Er was tijd om te spelen en om zelf dingen te verzinnen. Mijn oma zei daar ook iets interessants over: volgens haar hadden kinderen vroeger niet per se meer uren op een dag, maar voelde de tijd rustiger. Nu is alles veel meer gehaast. Jongeren hebben school, sport, afspraken, telefoons, sociale media en zijn de hele tijd bezig. Vroeger kwam je uit school en had je gewoon nog tijd over om buiten te spelen voordat er weer iets moest.
Dat verschil tussen rust en haast komt vaker terug in haar verhaal. Ze zegt dat de wereld nu veel sneller gaat. Niet alleen voor jongeren, maar in het algemeen. Ze vindt ook dat techniek daar een grote rol in speelt. Ze kan best met digitale dingen omgaan, maar ze ergert zich eraan dat systemen steeds veranderen, apparaten verouderen en je als het ware gedwongen wordt om telkens iets nieuws te kopen. Ze gaf het voorbeeld van software en abonnementen die duurder worden, terwijl oudere apparaten geen updates meer krijgen. Dat vindt ze oneerlijk. Daar zit voor haar ook iets groters achter: de maatschappij is volgens haar ingericht op doorgaan, vernieuwen en vervangen, en minder op mensen die niet zomaar mee kunnen. Vooral ouderen raken dan sneller buitengesloten. Dat merk je ook in praktische dingen. Als je minder goed loopt en afhankelijker wordt, wordt je wereld kleiner. Tegelijk wordt juist verwacht dat je alles digitaal regelt.
Dat ouder worden kwam sterk naar voren in hoe ze haar leven nu beschrijft. Haar dagen zijn veel rustiger dan die van mij. Ze staat op, doet haar rituelen, gaat wandelen als het kan, kookt, rust in de middag en houdt zich bezig met kaarten maken, schrijven en haar cursussen. Ze doet nog best veel, maar je merkt wel dat haar lichaam haar begrenst. Lopen gaat minder goed, lang weggaan kost moeite, en daardoor voelt haar leven kleiner dan vroeger. Wat ze vooral mist, is praktische hulp. Niet meteen iets groots, maar juist een klusjesman, iemand die even iets kan maken, tillen of ophangen. Daardoor kwam ze op een idee dat ik eigenlijk best logisch vond: waarom wonen jong en oud niet veel vaker door elkaar? Jongeren hebben woonruimte nodig, ouderen kunnen soms hulp gebruiken, en tegelijk kunnen generaties ook iets voor elkaar betekenen. Dat vond ik een mooi punt, omdat het laat zien dat zij niet alleen terugkijkt op haar eigen leven, maar ook nadenkt over hoe de maatschappij beter zou kunnen.
Familie blijft in haar verhaal ook belangrijk. Verjaardagen en trouwdagen werden vroeger echt gevierd. Er was dan aandacht voor, en het voelde als een echte gebeurtenis. Ze heeft ook zelf een traditie gemaakt van kinderdag met haar kleinkinderen. Dat laat zien dat familie voor haar niet alleen iets van vroeger is, maar ook iets dat ze nu nog bewust wil vasthouden. Tegelijk merkt ze ook hoe afstand daarin meespeelt. Omdat ze verder weg woont, ziet ze kinderen en kleinkinderen minder vaak. Dat vindt ze jammer. Vroeger speelde familie zich meer dichtbij af, nu is dat minder vanzelfsprekend. Ook dat is een verschil in tijdsbeeld: tegenwoordig wonen mensen vaker verspreid en moet contact veel meer gepland worden.
Wat ik ook opvallend vond, is dat mijn oma niet iemand is die alles zomaar aanneemt. Dat zie je al in haar jeugd, toen ze vragen stelde over geloof en in discussie ging met de dominee. Ze geloofde niet zomaar wat er gezegd werd en stopte uiteindelijk met de kerk. Maar ook later in haar leven bleef ze kritisch. Ze heeft duidelijke meningen over politiek, zorg, digitalisering en de samenleving. Of ik het altijd met alles eens ben, is niet eens het belangrijkste. Wat vooral opvalt, is dat ze heel zelfstandig denkt. Ze kijkt op haar eigen manier naar de wereld en laat zich niet snel iets opleggen. Dat zegt ook iets over haar karakter. Ze is niet passief, maar iemand met een sterke mening en een duidelijke eigen kijk.
Als ik kijk naar het geheel, dan vind ik dat het verhaal van mijn oma een goed tijdsbeeld geeft. Vroeger waren gezinnen strenger, relaties formeler, de rol van vrouwen beperkter en hadden ouders meer invloed op de keuzes van hun kinderen. Tegelijk was er ook meer rust, meer buitenspelen en misschien in sommige gevallen meer ruimte om werk gewoon in de praktijk te leren. Nu is er meer vrijheid, maar ook meer druk, meer technologie en meer afstand tussen generaties. Voor ouderen is dat niet altijd makkelijk. Zij moeten zich aanpassen aan een wereld die snel verandert, terwijl hun lichaam en energie juist vaak trager worden.
Wat ik uiteindelijk het meest uit dit gesprek haal, is dat een leven niet alleen bestaat uit grote historische gebeurtenissen, maar juist uit hoe iemand die tijd heeft beleefd. De oorlog kende mijn oma alleen via verhalen, maar die verhalen vormden wel haar beeld van de wereld. Haar jeugd was niet alleen gezellig of alleen moeilijk, maar een mengeling van vrijheid buitenshuis en spanning thuis. Haar werk liet zien dat vrouwen veel konden, maar niet gelijk behandeld werden. Haar huwelijk laat zien hoe anders relaties vroeger verliepen. En haar leven nu maakt duidelijk dat ouder worden niet alleen betekent dat je terugkijkt, maar ook dat je nog steeds probeert je plek te vinden in een maatschappij die steeds sneller gaat.