School
Daarna veranderden we van onderwerp en begonnen we te praten over school. Mijn oma vertelde dat het onderwijs vroeger heel anders was dan nu. Tegenwoordig hebben we een basisschool, daarna de middelbare school en soms nog een vervolgopleiding. In haar tijd ging dat anders.
Er was wel een basisschool, maar die was gesplitst. Jongens en meisjes zaten namelijk niet bij elkaar op school. Ze gingen naar aparte scholen. Mijn oma vertelde zelfs dat de jongensschool en de meisjesschool recht tegenover elkaar lagen.
Vanuit het geloof werd het heel serieus genomen dat jongens en meisjes zo min mogelijk contact met elkaar hadden. Daarom werd er zelfs voor gezorgd dat de pauzes niet tegelijk vielen. Op die manier konden de jongens en meisjes elkaar niet begluren vanaf hun eigen schoolplein.
Ik vroeg mijn oma toen of ze buiten school ook met jongens omging. Ze zei dat dat eigenlijk bijna nooit gebeurde. Dat was niet omdat het verboden was, maar omdat het gewoon zo ging in die tijd. De meisjes speelden vooral met hun vriendinnen, terwijl de jongens bijvoorbeeld aan het voetballen waren op een veldje. De meisjes speelden dan bijvoorbeeld met een springtouw in de speeltuin.
Het leven van jongens en meisjes was dus in veel opzichten gescheiden. Dat vond mijn oma heel normaal in die tijd, maar voor mij is het best bijzonder om te horen hoe anders dat vroeger was.
Op het gebied van school was het leven vroeger dus heel anders dan nu. Mijn oma vertelde dat je eerst de lagere school afrondde. Daarna kon je soms nog kiezen voor een soort vervolgopleiding, een richting, een beroep of om te gaan werken. Voor meisjes was dat echter lang niet altijd vanzelfsprekend.
Mijn oma vertelde dat zij in een tijd leefde waarin het voor meisjes niet meer verboden was om verder te leren, maar het gebeurde nog niet vaak. Er waren wel uitzonderingen van meisjes die een beroep gingen leren, maar het grootste deel ging naar de huishoudschool.
Op de huishoudschool kregen ze ook gewone vakken zoals rekenen, Engels en Nederlands. Daarnaast leerden ze praktische dingen, zoals koken, naaien en andere huishoudelijke taken. Het doel was vooral om meisjes voor te bereiden op het huishouden en het zorgen voor een gezin.
Mijn oma vertelde dat het voor haar eigenlijk geen echte keuze was. Het werd gewoon als normaal gezien. Haar zussen hadden allemaal hetzelfde pad gevolgd en daarom deed zij dat ook. In die tijd dacht bijna niemand erover na om een andere richting te kiezen.
Toen we het over school hadden, vertelde mijn oma ook nog een bijzonder feitje dat ik zelf helemaal niet wist. Ik ben er namelijk aan gewend dat mijn zaterdagochtend meestal heel anders eruitziet. Als jonge jongen moest ik vaak op zaterdagochtend voetballen bij Boeimeer. Dan speel ik om half negen een wedstrijd. Daarna ging ik soms kijken bij mijn broer, aten we een broodje in de kantine. Vervolgens ging ik weer naar huis, waar ik misschien nog even ging gamen of met teamgenoten naar buiten ga.
Mijn oma vertelde dat dit vroeger heel anders was. Toen zij op de lagere school zat, moesten ze namelijk gewoon op zaterdagochtend naar school. Dat was in die tijd heel normaal. Niemand vond dat vreemd en er werd eigenlijk ook niet tegen geprotesteerd. Het hoorde er gewoon bij en iedereen was dat gewend.
Voor mij was dat best bijzonder om te horen, omdat ik gewend ben dat de zaterdag juist een vrije dag is. Het laat goed zien hoe anders het leven van kinderen vroeger was in vergelijking met nu.