Even een duikje in de geschiedenis nemen
Benjamin Franklin (1706-1790) schreef in 1784: An Economical Project for Diminishing the Cost of Light. Hij zag in de wisseling van tijden een winstgevende besparing op kaarsen! Er werd in welingelichte kringen onbedaarlijk zonder applaus om hem gebulderd van het lachen, met dank aan stand-upcomedian Benno!
In 1907 kwam William Willet met het idee om een zomer- en een wintertijd in te voeren. Hij stelde voor om in de lente op vier opeenvolgende zondagen de klok twintig minuten vooruit te zetten. Op vier zondagen in september zou de klok dan weer teruggezet worden. Zat er een schroefje los bij die vent? We zaten echt niet verlegen om extra werk, zeker niet door zo’n geschift Willie Wortel idee, we hebben gelukkig ook nooit meer iets van deze verwarde man vernomen…
De eersten die de zomertijd invoerden waren die onbeschaafde opdringerige Germanen onder leiding van Kaiser Wilhelm Zwei tijdens de Eerste Wereldoorlog (was Willie niet één van de bekendste asielzoekers in ons landje?). Omdat Wilhelm bang was in het donker en hij zijn ‘frische und fröhliche Krieg’ bij voorkeur overdag voerde en om kolen te besparen werd op 30 april 1916 in Duitsland, in bezet België en Frankrijk de zomertijd ingevoerd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest Nederland op bevel van, alweer ja, die lompe heidense Germanen de klok één uur en veertig minuten vooruit zetten. Hierdoor was het in Nederland even laat als in Duitsland. In 1946 zag Nederland, net als een aantal andere landen na de bevrijding van het slavenjuk gelukkig van die flauwekul af.
In 1973 brak de oliecrisis uit, waardoor de discussie over energiebesparing weer oplaaide. Een groot aantal landen besloot de zomer- en wintertijd (opnieuw) in te voeren, waaronder Nederland in 1977. Momenteel hanteren ongeveer zeventig landen zomer- en wintertijd. Waanzin!