Felicitas van Carthago
Op 7 maart 202 is het druk in het amfitheater van het Noord Afrikaanse Carthago. Er worden twee jonge, mooie vrouwen geëxecuteerd. De stad is de belangrijkste handelsstad in het west Romeinse rijk en houdt stand tot 439 na Christus. Vibia Perpetua is met haar rijke ouders en twee broers verhuisd naar de noord Afrikaanse kolonie en woont in de plaats Thuburbo Minus (het huidige Tebourba). Haar vader is een Romein in hart en nieren. Hij aanbidt de Romeinse goden. Zijn vrouw, dochter Vibia Perpetua en een van de twee zonen, Revocatus, worden enthousiast christen. De tweeëntwintigjarige Vibia Perpetua trouwt met een Joodse man die de Romeinse bijnaam Africanus krijgt. Ze krijgen al snel een zoontje dat ze Nazarius noemen. De zuigeling werd goed verzorgd door Vibia’s slavin Felicitas van Carthago. De twee dames kunnen zo goed met elkaar overweg dat ze hartsvriendinnen worden. Zodoende omarmd Felicitas eveneens het christendom.
Ze vinden in het christen zijn veel steun bij elkaar en bij Revocatus. Hij wordt smoorverliefd op de beeldschone Afrikaanse Felicitas. De verboden liefde is wederzijds. Felicitas wordt zwanger, een drama in het traditionele Romeinse gezin omdat de jongen zijn vriendin niet wil opgeven. De ruzies tussen de aristocratische vader en zijn zoon lopen hoog op en de vader dreigt de slavin te verkopen om een schandaal te voorkomen. Vibia Perpetua neemt het op voor het verliefde stel. Ze oppert dat het goedkeuren van een huwelijk past binnen hun christelijke waarden en normen. Het gaat om de liefde. Als klap op de vuurpijl vraagt ze toestemming om samen met haar broer Revocatus en haar slavin Felicitas gedoopt te mogen worden.
Het huwelijk met haar joodse echtgenoot was al een bittere pil, maar dit is teveel voor de heidense Romeinse ouders. Ook haar echtgenoot is er tegen. De ouders vrezen voor hun positie en privileges en kiezen eieren voor hun geld. Een van de redenen is het decreet van keizer Septimius Severus die in 202 een wrede christenvervolging instelt. Een zondebok introduceren in het verdeelde Romeinse rijk zal de eenheid in het enorme gebied ten goede komen. Aldus zorgden de ouders ervoor dat hun kinderen, hun pasboren kleinzoontje en de zwangere Felicitas in de gevangenis werden opgesloten.