De lezing werd verzorgd door historicus en schrijver Peter van de Steenoven, in samenwerking met Marius van Opstal van Virtueel Princenhage. Aanleiding was Van de Steenovens nieuwste boek Een dolende libertijn, dat eind vorig jaar verscheen. Net als zijn eerdere trilogie over advocaat Adriaan Bastiaansen speelt ook deze roman zich af in de eerste helft van de 19e eeuw. De auteur vertelt in een interview met enthousiasme over de actualiteit van die periode, waarin thema’s als democratie en vrijheid net zo sterk in beweging waren als nu. Het begin van de 19e eeuw was, net als onze tijd, een periode van overgang.
Voor hoofdpersoon Derck van Backenes liet Van de Steenoven zich inspireren door zijn eigen onderzoek naar Matthieu Versluijs, de laatste bewoner van Kasteel De Emer. In de roman verweeft hij historische feiten met verbeelding tot een portret van een man die zijn tijd vooruit is, maar daar ook een prijs voor betaalt.
Derck is een intelligente, maar eenzelvige jongeman uit Leiden. Net als Versluijs erft hij een landgoed en een aanzienlijk fortuin — een vermogen dat in onze tijd zou neerkomen op dat van een multimiljonair. Na zijn erfenis reist hij rusteloos door Nederland, België en Frankrijk, op zoek naar zichzelf. Het verhaal speelt zich af rond de Belgische Opstand, en Derck ontmoet onderweg historische figuren zoals de Belgische revolutionair Alexandre Gendebien, Cornelis Nahuys van Burgst, de oude Markies de Lafayette — held van zowel de Franse als de Amerikaanse revolutie — en de kunstenaarsbroers Ary en Arnold Scheffer, invloedrijke namen in de Parijse salons.