Friet (1)

KOKEN 3 oktober 2025 Redactie Alex De Vliegere – foto familiearchief
25100301friet1a.jpg

Simone is even niet in de gelegenheid om u op een lekker recept te trakteren. Dus rennen we massaal naar de friettent! We beginnen met een stukje familiegeschiedenis.

Mijn stamvader Zacharias De Vlieghere de Oude (†1590) had het geluk de introductie van de aardappel in zijn wereld te mogen meebeleven al blijft het een vraag of hij ze ooit heeft gegeten. De Spanjaarden hadden de aardappel omstreeks het jaar 1500 uit Peru meegenomen en kweekten ze sedertdien in hun kloostertuinen maar pas rond 1570, toen de tachtigjarige oorlog goed op gang kwam, brachten ze de haar mee naar het noorden. De Inca’s kenden de aardappel al 800 jaar als basisvoedsel en wie weet bakten zij daar in de Andes wel de allereerste frieten.

De mensen vertrouwden het niet, ze waren bang voor het gif in de plant en de bessen en gaven ze hooguit aan de varkens te eten. De knol is absoluut niet giftig (als aardappels te lang in de zon liggen kunnen ze groen worden, hier zit dan wel een spoortje solanine in dus is het beter die verkleuring weg te snijden, blauwe plekken zien er niet lekker uit maar zijn verder niet schadelijk). Mondjesmaat vervingen de nieuwe knollen de oude vertrouwde rapen. Clusius’ botanische bollentuin bij de universiteit van Leiden heeft er zorg voor gedragen dat de aardappel in Nederland bleef voortbestaan totdat hij uiteindelijk massaal werd gegeten.

Het is goed mogelijk dat de Romeinen friet-achtige dingen bakten, ze hadden immers een culinaire traditie, maar uitgaande van de basiswet ‘zonder aardappel geen friet’ moeten we hen beslist van verdere mededinging uitsluiten. Friet is de verkorting van het begrip ‘patates frites’, zo niet, dan maken ook de Japanners met hun overheerlijke vis- en bloemkool-tempura ook een gerede kans op de primeur.

De primeur

Maar wie bakten er dan wel de allereerste frieten? De Fransen en de Belgen betwisten elkaar de eer. Was het te Parijs of te Dinant? De Belgen hebben het mooiste verhaal. De legende gaat als volgt: omstreeks 1670 was er een winter zó hardvochtig dat de Maas ervan dichtvroor. De mensen, arm als ze waren, hadden de gewoonte kleine riviervisjes te roosteren maar dat ging nu even niet. Een slimmerik sneed uit aardappelen mooie visvormpjes, bakte deze in olie, et voila, de frieten waren geboren.

De man met de pet op de foto bij dit verhaal en de vrouw met het schort ernaast zijn mijn overgrootouders, Jan en Jans. In 1916 kwamen ze als economisch vluchtelingen vanuit Merksem naar Breda. In oktober is het altijd kermis in Breda, dat was in 1916 ook al zo. Ze bakten oliebollen in hun nieuwe ‘Belgiescheethius’ (ja, zo stond het er aan de Leuvenaarstraat 136 echt op de ruit geschreven). Overgrootvader besloot op instigatie van vrouwlief er bij wijze van proef eens een emmertje patatten aan te wagen. Hij ontdekte al snel dat er in ‘Olland’ geen frietkoten stonden (in het Vlaamse meervoud wordt de t niet verdubbeld). Dat zijn van die houten kramen waar men wafels en frieten bakt en die je in België nog steeds wel hier en daar ziet maar die er destijds alom gangbaar waren. Wat thuis, een dagmars verderop, als volksvoedsel gold, ja…, al sinds de 1860’s frietkoten alom, kende men hier in het geheel niet. Dat was nog eens een gat in de markt!             

Al snel overschaduwde in Breda de omzet van ‘patat frut’ die der smoutebollen en stonden alle zes de kinders De Vliegere in de keuken op de bres, aardappels te schillen, te pitten, te snijden en te wassen. Vader stond achter de grote geëmailleerde casserole waarin het Belgisch goud lag te koesteren in het door de kolenkachel heet gestookte ossenvet. Het vet van het rund, niet te oud of te heet gestookt, maar ook weer niet te lauw, geeft het lekkerste resultaat, voor vegetarische frieten is zonnebloemolie het alternatief bij uitstek.

Veel en mooi gepraat, maar daarmee heeft u nog niets te eten gehad. Ik stel u gerust met een mooi Belgisch voorafje en beloof u de volgende vrijdag het ultieme frietrecept te onthullen. Kunt u niet wachten, bezoek dan zo spoedig mogelijk een cafetaria naar keuze!

Witlofsoep

Om u toch een beetje de keuken in te helpen het volgende originele Belgische recept:

Kleineer drie witlofstronken, een forse ui en een aardappel.

Bak de ui zacht in olie, voeg witlof en aardappel toe en bak even door.

Giet er groentebouillon bij, kook een half uur. Zacht? Pureer het dan.

Voeg room, peper, zout, nootmuskaat en peterseliehaksel toe.

Serveer heet!

Heerlijk met een stukje geroosterd stokbrood.

Simone zou zeggen: mjammie!