Het schoolgaan beviel niet echt omdat we het warme nest niet wilden verlaten. Met de jeuk van de luieruitslag nog vers in het geheugen werden we overgeleverd aan de nukken van een licht obese bovenmeester die ons in barse bewoordingen de schoolregels toebulderde. Mijn broer zaliger was al twee jaar eerder aan dit regime onderworpen en kon mij vertellen voor wie en welke activiteit ik mij op tijd moest drukken. Dat was kostbare wetenschap.
Nu, ruim zeven decennia later, hebben wij opnieuw smakelijk gelachen om ons gedeelde Rotterdamse schoolverleden. Al pratend waren wij inmiddels aan tafel gegaan bij een Italiaans restaurantje. Tot mijn teleurstelling bleken de meer Hollandse eetgelegenheden pas later in de middag hun deuren te openen. Ik had mij verheugd op een rijke maaltijd met nectar en ambrozijn, doch het werd helaas emicrania da castello con penne e antipasti. Het zij maar zo. Mijn klasgenoot is al jaren lid van een clubje lieden dat zich oefent in de Italiaanse taal. Dat kwam even van pas. In het restaurant stond de radio op standje Amsterdam Arena door een Italiaan die de longen uit zijn lijf zong. Ik verzocht mijn tafelgenoot om de eigenaar van het etablissement in zijn eigen taal te 'gelasten' om die klereherrie af te knijpen. Dat werkte. Hoera.
In ons gesprek informeerden wij elkaar over onze afnemende mobiliteit en de hierop gebaseerde keuze van korte vakanties. Hij boekte een Rijnreisje en ik een busreis naar Spanje. Spannend, boeien! Dit nooit meer! 20 uur in een touringcar deed voor mij de deur dicht; wat zeg ik? wel 20 deuren!
Toen het bestelde gerecht werd geserveerd waren wij in ons gesprek aangeland op de middelbare school, in dit geval de HBS. De eerste 3 jaren samen; in het 4e jaar koos hij voor de A-kant en ik voor de B-kant. Hij was na 5 jaar geslaagd, ik deed er 2 jaar langer over omdat griezelige zaken als goniometrie en analytische meetkunde de weg naar mijn begrip zeer overstegen. In die tijd werd er ook nog niet opgebeld om je te informeren of je gezakt was. Dat was jammer en tevens uitermate pijnlijk. In mijn volle klas kwam de conrector mij doodleuk vertellen dat ik helaas als enige buiten de eindexamen boot viel. Er ontstond een plechtige stilte, in mijn hoofd klonken sombere orgelklanken. Ik verliet het lokaal, waarop een enorm gejuich losbarstte. Ik moest vervolgens een lange gang door waar aan beide zijden ouders, vriendinnen, vriendjes en overigen stonden te wachten, die zich plotseling ook mengden in het gejuich! Mijn vriendinnetje keek mij bedremmeld aan, pakte mijn hand en samen strompelden wij naar de bushalte. Later verklapte zij mij dat ze in haar tasje een bosje bloemen had gedaan om mij te verrassen. Heb dit bosje nooit mogen aanschouwen. Onze verkering leed korte tijd later schipbreuk.
Een jaar later was het wel feest en was ik rijp voor vervolgstudie en arbeid. Mijn tafelgenoot was registeraccountant geworden en ik had een aantal jaren nadien mijn diploma chemische technologie op zak.
Na uitwisseling van onze werkervaringen in binnen- en buitenland stelden we vast dat er voor alles een tijd is in het leven. Aan tafel vierden wij zodoende kort onze jaarlijkse opslag van de AOW-uitkering en stelde mijn oude makker voor om nog een korte wandeling door onze oude wijk in Rotterdam te lopen. Ik wist niet hoe snel ik “Nee, dank je wel!” moest roepen, gelet op mijn afgenomen mobiliteit. Daarop scheidden onze wegen en spraken we af dat hij volgend jaar de rekening mag betalen.
Ik was blij weer in mijn auto te zitten op weg terug naar mijn vertrouwde Haagse Beemden. Home, sweet home dacht ik…