Openbaar vervoer is vooral een collectieve vervoervoorziening, die niet primair bedoeld is om aan allerlei aparte individuele vervoerbehoeften tegemoet te komen. Dat neemt niet weg dat er ook vervoermogelijkheden moeten zijn voor mensen die geen gebruik kunnen maken van de bus, bijvoorbeeld mensen met beperkingen. Daarvoor staan diensten ter beschikking zoals de deeltaxi, ‘Bravo Flex’ genoemd, of Automaatje.
Dat laatste is een meerijdservice door particulieren, opgezet door de ANWB en hier in de stad geregeld door Zorg-voor-Elkaar-Breda. Mensen met een Wmo-indicatie vanwege een beperking kunnen met de deeltaxi deur-tot-deur vervoer gebruiken, en mensen zonder zo’n indicatie kunnen van halte naar halte reizen na voorafgaande reservering.
Dienstregelingen en routes worden geëvalueerd en verder ontwikkeld op basis van reizigersaantallen, klachten en opmerkingen van reizigers/inwoners en ervaringen van buschauffeurs. Ook ruimtelijke plannen zoals nieuwe woonwijken of nieuwe voorzieningen op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs of gezondheidszorg spelen een rol bij het verbeteren van OV-netwerken. Het heeft geen zin alle burgers individueel te gaan bevragen: los van praktisch-organisatorische problemen bestaat dan ook een grote kans op het noemen van ideale situaties: velen willen dan top-OV dat bij wijze van spreken minstens elke 10 minuten vlakbij moet vertrekken naar de gewenste bestemmingen. En verstokte autogebruikers zal het weinig interesseren.
De gemeente zal in het overleg met Arriva en de provincie de klachten uit de Haagse Beemden doornemen en hen vragen welke aanvullende vervoersmogelijkheden zij eventueel nog zien.
Het doortrekken van lijn 2 is echter bijzonder lastig, omdat dat veel rijtijd gaat kosten en winkelcentrum Heksenwiel dan in de brede spitsuren 16 keer per uur een bus zou krijgen. Dat laatste is niet realistisch.