Open voor jou - Sven van der Does
Een vast onderdeel bij burgerschap voor het vak maatschappijleer is een interview met een persoon uit een andere generatie. Deze gesprekken zijn ontroerend, grappig, leerzaam en bovenal herkenbaar. Het geeft de leerlingen inzicht in de levens van oudere personen (vaak de opa en oma) en leert hen op andere wijze te kijken naar de maatschappelijke ontwikkeling. Met heel veel plezier werken de leerlingen aan deze opdracht. Vandaag een interview met de opa van Sven uit Havo 5.
Jeugd en opvoeding
Mijn opa beschrijft zijn jeugd als vrij. Zo vertelde hij mij dat hij niet echt streng is opgevoed en kreeg hij veel vrijheid om zelf dingen te doen. Als kind speelde hij eigenlijk bijna altijd buiten in zijn vrije tijd. Dit deed hij dan met zijn broertje, zus en zusje en vrienden en kinderen uit de buurt. Ze speelde spelletjes als verstoppertje, voetballen natuurlijk, politie en boefje en cowboy wat hij zelf nu ´coiboike´ noemt. Wat ze ook vaak deden is in de struiken of bossen een mooie tak vinden in de vorm van een 'Y' en daar maakte ze dan een katapult van. Zo schoten ze dan op elkaar of andere dingen. Wat ze ook deden was blaaspijpjes maken. Deze namen ze dan mee met zelf gerolde pijltjes van papier. Vaak nam mijn opa gewoon reepjes papier mee in zijn zakken en rolde hij ze ter plekke. Ze schoten vaak op elkaar maar het kwam vaak genoeg voor dat ze de pijltjes bij mensen binnen schoten of in de gordijnen.
Met het spelletje coiboike, als ze werden dood geschoten, lagen ze gewoon voor ‘dood’ op straat. Vroeger kon dat natuurlijk want toen reden er een stuk minder auto's op straat. Tijdens de jeugd van mijn opa was het niet ongewoon dat sommige straten voor meerdere uren geen auto zagen. In onze tijd rijdt in diezelfde straat om de zoveel minuten wel een auto.
Dit laat ook zien dat ouders niet perse relaxter waren maar ze vonden vaak dat hun kind zelf grenzen moest leren stellen. Ouders hadden ook minder toezicht op hun kinderen dus ze moesten ook vertrouwen op het feit dat hun kind goede grenzen stelde. Nu is dat een stuk anders. Kinderen spelen minder buiten en ouders houden meer toezicht. Dit komt onder andere door de toegenomen technologie, verkeersdrukte en strengere veiligheidsnormen. Als een kind nu naar buiten wil is het niet ongewoon dat de ouders de locatie volgen. Ouders willen ook dat hun kind appt om ze op de hoogte te houden. Ouders kunnen hun kind bellen om te zeggen dat ze naar huis moeten komen. Terwijl in de jeugd van mijn opa werd er gezegd hoe laat je thuis moest zijn en dat was het.
Toen mijn opa ouder werd en dan hebben we het over zijn tienerjaren zocht hij vaker met zijn broertje of vrienden spanning op. Zo gingen ze het Mastbos in en naar het oud militair oefenterrein. Als er een rode vlag op het terrein hing, betekende dat dat er werd geschoten. Als die vlag er hing gingen ze stiekem kijken naar de gestationeerde tanks in de hoop een kogellager te kunnen bemachtigen. Als er een oudere of hogere officier stond werden ze meteen weg gestuurd. Maar als er een jongere soldaat was kregen ze vaak een kogellager. En die gebruikte ze dan later om mee te knikkeren. Op het oefenterrein was een heuvel, dus als de rode vlag er niet hing, konden ze door een gat in het hek het terrein op zonder gezien te worden. Dan gingen ze die heuvel op en gingen ze dus stiekem kijken naar de militaire trainingen.
Zo het militair oefenterrein opsluipen zou ik nu echt niet in mijn hoofd halen. Dit opsluipen van het militair oefenterrein laat een duidelijk verschil zien dat de normen en waarden rond gezag en veiligheid vroeger minder streng waren. Als ik nu gesnapt zou worden op oefenterrein word ik waarschijnlijk opgepakt en moet ik een flinke boete betalen. Het zou nu als gevaarlijk en onverantwoord worden gezien. Vroeger vonden ze het ook gevaarlijk, maar reageerde mensen lang niet zo strikt als nu.
Na de lagere school is mijn opa naar de ULO gegaan. ULO staat voor Uitgebreid Lager Onderwijs. Tegenwoordig wordt dit niveau MAVO genoemd. De ULO was voor leerlingen die verder wilden leren na de lagere school maar niet naar het hoger onderwijs gingen. Onderwijs speelt een belangrijke rol in de sociale samenleving. De soort opleiding of werk kan de positie van mensen in de samenleving verbeteren.
Tegenwoordig hebben jongeren meer mogelijkheden voor het hoger onderwijs. Er bestaan bijvoorbeeld brugklassen maar ook heel veel verschillende niveaus. In de tijd van mijn opa waren de mogelijkheden een stuk beperkter. Zo kon de keuze van opleiding vaak al voor grotendeels het toekomstige beroep bepalen. Zo was het vroeger dus lastiger om later nog van richting te veranderen.
Foto van het laatste jaar op de ULO. In het midden, 6de van de links, op de onderste rij zit mijn opa.
Werk en bijbaantjes
Bij boeren op het platteland, dat is waar mijn opa als kind veel werkte. Deze bijbaantjes waren vroeger heel normaal voor jongeren. Tegenwoordig vinden jongeren dit werk te zwaar en te vies. Veel kinderen hielpen vroeger mee bij boeren in de buurt. Ze hielpen bijvoorbeeld met werken op het land, spullen verplaatsen of andere klusjes doen die gedaan moesten worden. Het hoorde er eigenlijk gewoon bij dat je als kind een beetje meehielp en zo ook leerde wat werken was.
Maar tegenwoordig is het niet alleen mening of voorkeur. Maar er bestaan meerdere en strengere regels over kinderarbeid. De minimale leeftijd om nu te werken is 14 jaar maar dat is vaak niet echt werk. En goed verdienen doet het op die leeftijd ook niet. Jongeren van die leeftijd mogen bijvoorbeeld alleen lichte klusjes doen, zoals folders rondbrengen of vakken vullen in een supermarkt. Zwaar werk zoals op het land werken bij een boer is voor jongeren tegenwoordig meestal niet toegestaan.
Dit laat zien dat de samenleving in de loop van de tijd veranderd is. Vroeger werd het normaal gevonden dat kinderen al jong meewerkten en zo leerden om verantwoordelijkheid te nemen. Tegenwoordig ligt de focus veel meer op school en opleiding. Jongeren moeten eerst hun diploma halen voordat ze echt gaan werken. Daardoor verschilt het leven van jongeren nu best veel van hoe het vroeger was voor mijn opa.
Jeugdcultuur en brommers
Mijn opa vond brommers erg leuk in zijn jeugd. Op zijn vijftiende kreeg hij de brommer van zijn neef. Die reed rond de 90 kilometer per uur op een goede dag, anders reed hij net iets boven de 80 kilometer per uur. Later kocht hij een Tomos, die liet hij legaal en reed dus rond de 45 kilometer per uur. Als derde en laatste brommer kocht mijn opa een Kreidler die rond de 60 kilometer per uur reed. Die brommers zijn tegenwoordig veel geld waard.
Vroeger waren brommers een symbool van vrijheid en ook een beetje status in de jeugdcultuur. Tegenwoordig is dat nog steeds maar dan vaak met scooters denk aan de Vespa sprint, Piaggio Zip, La Souris en de schakelbrommers van tegenwoordig. Allemaal hebben ze hun eigen stereotype, vaak zijn er twee soorten per scooter of brommer. Nu wordt de keuze bij jongeren voor een soort scooter of brommer veel beïnvloed door sociale media.
Vrijheid en verantwoordelijkheid
De verhalen van mijn opa laten mij zien dat jongeren vroeger meer vrijheid hadden. Ze konden vaker zelf naar buiten gaan en dingen doen zonder dat hun ouders precies wisten waar ze waren. Maar dat betekende ook dat ze zelf verantwoordelijk waren voor wat ze deden. Als er iets misging, moesten ze dat vaak zelf oplossen.
Tegenwoordig is dat wel anders. Er is nu veel meer aandacht voor veiligheid en regels. Ouders willen vaak weten waar hun kinderen zijn en wat ze doen. Dat komt ook doordat het verkeer drukker is geworden en mensen zich meer zorgen maken over veiligheid.
Daardoor krijgen jongeren tegenwoordig vaak meer bescherming van hun ouders. Tegelijkertijd moeten ze zich ook aan meer regels houden. Bijvoorbeeld regels op school, in het verkeer of thuis. Sommige jongeren vinden dat soms vervelend, maar het zorgt er wel voor dat dingen vaak veiliger zijn dan vroeger.
Als ik het verhaal van mijn opa hoor, lijkt het leven van jongeren vroeger soms vrijer. Maar het betekent niet dat het per se beter of slechter was. Het was gewoon een andere tijd waarin mensen anders met vrijheid en verantwoordelijkheid omgingen.
Het meest ingrijpende moment in het leven van mijn opa vond plaats tijdens een hardloopwedstrijd. Het was zijn vijfentwintigste halve marathon van de Singelloop. Het zou zijn laatste zijn vanwege zijn rugproblemen en de eerste van mijn tante. Ze zouden hem samen gaan lopen. Na ongeveer elf kilometer wilde mijn opa even wat rust pakken. Zo ging hij even een soort steegje in. En toen ging het licht uit ondanks het feit dat mijn opa topfit was. Het enige wat hij nog weet is dat hij wakker werd in het ziekenhuis.
Gelukkig kwam er iemand langs gefietst die onderweg naar huis was. Hij nam een omweg vanwege de Singelloop. Toen hij mijn opa zag liggen sprong hij letterlijk van zijn fiets en begon met reanimeren. Door zijn snelle actie heeft hij het leven van mijn opa gered. Deze man is Thijs van Vree, misschien klinkt de naam bekend. Dit is omdat het verhaal in de Telegraaf heeft gestaan.
De gebeurtenis heeft veel impact gehad op mijn familie. Het gebeurde in 2016. Met mijn ouders en zusje waren we onderweg naar huis van een familieweekend van mijn vaders kant. Toen we in de buurt van Breda waren, misschien zelfs al in Breda dat weet ik niet meer. Werd mijn moeder gebeld, ik zag haar gezicht niet want ik was naar buiten aan het kijken. Toen ik uiteindelijk vroeg wat er was, zij mijn moeder dat opa in het ziekenhuis lag. Meer herinner ik me niet, of dat was het. Maar het voelde wel gek ook als klein zesjarig jochie raakte het me wel. Gelukkig is mijn opa er goed vanaf gekomen en ik ben Thijs nog altijd dankbaar.
Gezondheidsproblemen en medische zorg
Naast het door hem meegemaakte hartinfarct, moest mijn opa op jongere leeftijd dealen met ernstige problemen met de nieren. Hij moest op een gegeven moment meerdere keren een nierdialyse ondergaan. Een dialyse is een soort medische behandeling waarbij afvalstoffen uit het bloed worden gehaald als de nieren dit niet langer kunnen. Hiervoor wordt speciale apparatuur gebruikt, die het lichaam tijdelijk kan laten functioneren. Hij moest uiteindelijk drie keer een dialyse ondergaan.
Nog niet lang daarna gebeurde er iets bijzonders. Zo begonnen zijn nieren opnieuw te werken. Dit was erg goed nieuws voor mijn opa, wat hem heel wat opluchting bracht. Niemand verwachtte dit echt, dus het voelde als erg goed nieuws. Het bewees vooral hoe spannend deze periode voor hem en de mensen om hen heen was. Gelukkig gaat het sindsdien goed met de gezondheid van mijn opa.
Impact op het leven
Zowel het hartinfarct als de nierproblemen hebben veel impact gehad op het leven van mijn opa. Het laat eigenlijk zien hoe kwetsbaar gezondheid kan zijn. Je kunt je goed voelen en toch kan er ineens iets ernstigs gebeuren. Daardoor besef je ook dat gezondheid niet vanzelfsprekend is en dat je er goed op moet letten.
Voor mijn opa zelf was dit natuurlijk een heftige tijd. Hij was altijd iemand die veel sportte en actief bezig was. Daarom kwam het hartinfarct ook onverwacht. Niemand had dat echt zien aankomen. Op zo’n moment merk je hoe snel dingen kunnen veranderen in het leven.
Ook voor de familie was het een spannende periode. Als iemand in je familie zoiets meemaakt, maak je je natuurlijk veel zorgen. Iedereen hoopt dan dat het goed afloopt. Gelukkig kreeg mijn opa snel hulp en kon hij herstellen. Dat laat ook zien hoe belangrijk het is dat mensen op tijd geholpen worden.
Voor de familie is er uiteindelijk ook nog iets veranderd. Thijs, de man die mijn opa heeft gereanimeerd, is namelijk een goede vriend van de familie geworden. Hij was op het juiste moment op de juiste plek en heeft direct geholpen. Daardoor heeft hij eigenlijk het leven van mijn opa gered.
Het is wel bijzonder om te bedenken dat uit zo’n nare gebeurtenis toch iets positiefs is gekomen. Zonder hem had het heel anders kunnen aflopen. Daarom zijn we hem als familie ook nog steeds erg dankbaar.
Bijzondere jeugdherinneringen
Een van de mooiste herinneringen uit de jeugd van mijn opa is de fietstocht naar Zeeland. Hierbij fietsten mijn opa en anderen samen negentig kilometer naar Burgh-Haamstede. Ze vertrokken al vroeg in de ochtend, om zo te zeggen om half acht, en kwamen pas in de middag aan op hun bestemming.
Daarbij stopten ze natuurlijk onderweg om te picknicken en te lunchen. Ook moesten ze met de pont oversteken op de plek waar nu nog geen brug is, te weten in Zijpe. Deze pont is er inmiddels niet meer. Eindelijk kwamen ze aan en zetten daar een tent op. Ze bleven hier voor ongeveer twee weken. Voor mijn opa was dit een avontuurlijke en bijzondere ervaring. Hieruit blijkt dat vakantie vroeger veel eenvoudiger was dan nu. Ze gingen kamperen en fietsten, in plaats van te vliegen.
Een leuk verhaal dat mijn opa mij vertelde, ging over een fietstocht die mijn opa en mijn tante Kirsten maakten. Hierbij moesten beiden te maken krijgen met een hele harde zijwind. Het waaide zo hard dat mijn tante van haar fiets af waaide en tegen een boom aan belandde. Uiteindelijk besloten zij dan maar om de trein te nemen.
Veranderingen in de samenleving
Zoals we het leven van mijn opa vergelijken met het leven van jongeren nu eenmaal is, zien we grote verschillen. De samenleving is namelijk op veel gebieden veranderd. Een van de grootste verschillen is hoe kinderen hun vrije tijd doorbrengen. In de jeugd van mijn opa speelden kinderen namelijk altijd buiten. Ze bedachten zelf wat ze speelden. Bovendien brachten zij veel tijd door met vrienden in de buurt. Heden ten dage brengen jongeren veel tijd door op hun telefoon, computer, of gameconsole.
Verder is de samenleving nu sterk gericht op technologie. Jongeren hebben een smartphone, computer, of een gameconsole. In de tijd van mijn opa waren deze technologieën er namelijk nog niet. Communiceren gebeurde vooral via persoonlijke contacten of via de telefoon.
Verder is de samenleving nu sterk gericht op regels om mensen beter te beschermen. Bijvoorbeeld op het gebied van verkeer, werken, of veiligheid. In de tijd van mijn opa waren veel dingen minder strikt gereguleerd.
Men kan ook zeggen dat de samenleving vroeger soms wat hechter was. Men kende namelijk de buurtbewoners beter. Bovendien waren er soms wat meer contacten tussen mensen. Tegenwoordig leven mensen soms wat meer langs elkaar heen.